BWBR0046418
Geldig vanaf 2022-04-01
Artikel 6
Regeling specifieke uitkeringen lokale en regionale MIRT-projecten en MIRT-projectpakketten
1. In de verkenningsfase van een project of projectpakket komen in aanmerking voor een specifieke uitkering de rechtstreeks aan deze fase toe te rekenen kosten van:
a. het verrichten van onderzoek; en
b. het opstellen van een mogelijk ontwerp van een project of projectpakket.
2. In de planuitwerkingsfase van een project of projectpakket komen in aanmerking voor een specifieke uitkering de in deze fase rechtstreeks aan het project of projectpakket toe te rekenen kosten van:
a. het verrichten van onderzoek;
b. het opstellen van een mogelijk ontwerp van het project of projectpakket; en
c. een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s.
3. In de realisatiefase van een project of projectpakket komen in aanmerking voor een specifieke uitkering de in deze fase rechtstreeks aan het project of projectpakket toe te rekenen kosten:
a. van verwerving van een onroerende zaak of een beperkt recht op een onroerende zaak of het sluiten van een overeenkomst ter zake van het gebruik van een onroerende zaak;
b. van het verkrijgen van de voor deze fase benodigde vergunningen;
c. voortvloeiend uit een voor de realisatie van het project of projectpakket gesloten overeenkomst van aanneming van werk;
d. voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het project of projectpakket, anders dan bedoeld in onderdeel a of c;
e. van engineering en realisatiewerkzaamheden, voor zover deze geen deel uitmaken van een overeenkomst als bedoeld in onderdeel c of d;
f. van een maatregel als bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, van de Wet Mobiliteitsfonds, als onderdeel van een projectpakket;
g. van nadeelcompensatie in verband met het verleggen van kabels of leidingen;
h. van nadeelcompensatie, anders dan uit hoofde van het bepaalde in onderdeel g, voor zover de ontvanger hiertoe rechtens gehouden is;
i. van een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
j. van 6 procent van de kostenposten, bedoeld in de onderdelen c, d, e, f en i; en
k. van andere kostenposten dan die, bedoeld in de onderdelen a tot en met j, indien de kosten in redelijkheid zijn aan te merken als realisatiekosten.
4. Geen specifieke uitkering wordt verstrekt voor:
a. kosten van een aanvraag van een specifieke uitkering;
b. kosten die voortkomen uit achterstallig onderhoud en kosten van vervangende voorzieningen die de vervangingswaarde van de bestaande voorzieningen te boven gaan;
c. omzetbelasting die op basis van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 in aftrek kan worden gebracht of recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds;
d. kosten als bedoeld in het tweede lid, waarvoor reeds een specifieke uitkering is verstrekt op basis van het eerste lid en kosten als bedoeld in het derde lid, waarvoor reeds een specifieke uitkering is verstrekt op basis van het eerste of tweede lid;
e. kosten waarvoor een andere specifieke uitkering of een subsidie is of wordt verstrekt; en
f. kosten die de ontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen.
a. het verrichten van onderzoek; en
b. het opstellen van een mogelijk ontwerp van een project of projectpakket.
2. In de planuitwerkingsfase van een project of projectpakket komen in aanmerking voor een specifieke uitkering de in deze fase rechtstreeks aan het project of projectpakket toe te rekenen kosten van:
a. het verrichten van onderzoek;
b. het opstellen van een mogelijk ontwerp van het project of projectpakket; en
c. een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s.
3. In de realisatiefase van een project of projectpakket komen in aanmerking voor een specifieke uitkering de in deze fase rechtstreeks aan het project of projectpakket toe te rekenen kosten:
a. van verwerving van een onroerende zaak of een beperkt recht op een onroerende zaak of het sluiten van een overeenkomst ter zake van het gebruik van een onroerende zaak;
b. van het verkrijgen van de voor deze fase benodigde vergunningen;
c. voortvloeiend uit een voor de realisatie van het project of projectpakket gesloten overeenkomst van aanneming van werk;
d. voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het project of projectpakket, anders dan bedoeld in onderdeel a of c;
e. van engineering en realisatiewerkzaamheden, voor zover deze geen deel uitmaken van een overeenkomst als bedoeld in onderdeel c of d;
f. van een maatregel als bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, van de Wet Mobiliteitsfonds, als onderdeel van een projectpakket;
g. van nadeelcompensatie in verband met het verleggen van kabels of leidingen;
h. van nadeelcompensatie, anders dan uit hoofde van het bepaalde in onderdeel g, voor zover de ontvanger hiertoe rechtens gehouden is;
i. van een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
j. van 6 procent van de kostenposten, bedoeld in de onderdelen c, d, e, f en i; en
k. van andere kostenposten dan die, bedoeld in de onderdelen a tot en met j, indien de kosten in redelijkheid zijn aan te merken als realisatiekosten.
4. Geen specifieke uitkering wordt verstrekt voor:
a. kosten van een aanvraag van een specifieke uitkering;
b. kosten die voortkomen uit achterstallig onderhoud en kosten van vervangende voorzieningen die de vervangingswaarde van de bestaande voorzieningen te boven gaan;
c. omzetbelasting die op basis van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 in aftrek kan worden gebracht of recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds;
d. kosten als bedoeld in het tweede lid, waarvoor reeds een specifieke uitkering is verstrekt op basis van het eerste lid en kosten als bedoeld in het derde lid, waarvoor reeds een specifieke uitkering is verstrekt op basis van het eerste of tweede lid;
e. kosten waarvoor een andere specifieke uitkering of een subsidie is of wordt verstrekt; en
f. kosten die de ontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen.