BWBR0046418
Geldig vanaf 2022-04-01
Artikel 4
Regeling specifieke uitkeringen lokale en regionale MIRT-projecten en MIRT-projectpakketten
1. Het uitkeringsplafond voor specifieke uitkeringen in een begrotingsjaar wordt vastgesteld door middel van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds van dat begrotingsjaar.
2. De verdeling van de beschikbare middelen in een begrotingsjaar vindt plaats overeenkomstig de wet, bedoeld in het eerste lid, en het daarbij behorende MIRT-overzicht.
3. Indien de verlening van een specifieke uitkering is geweigerd op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt in het eerstvolgende begrotingsjaar zonder hernieuwde indiening van de aanvraag opnieuw een besluit over de aanvraag genomen.
2. De verdeling van de beschikbare middelen in een begrotingsjaar vindt plaats overeenkomstig de wet, bedoeld in het eerste lid, en het daarbij behorende MIRT-overzicht.
3. Indien de verlening van een specifieke uitkering is geweigerd op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt in het eerstvolgende begrotingsjaar zonder hernieuwde indiening van de aanvraag opnieuw een besluit over de aanvraag genomen.