BWBR0046192
Geldig vanaf 13-01-2022
Artikel 23
Beleidsregel Accreditatie (RvA-BR002)
1. Voor het verkrijgen van de status van ‘aangemelde instelling’ in het kader van Europese richtlijnen of verordeningen of voor een aanwijzing of erkenning in het kader van andere wet- of regelgeving, kan een CBI een accreditatie nodig hebben. In dat geval kan het voorkomen dat een CBI deze accreditatie niet kan verkrijgen doordat ze het werk nog niet aan de RvA kan laten zien omdat voor het verkrijgen van opdrachten een aanwijzing/aanmelding/erkenning nodig is. De RvA zal in dat geval in overleg met de aanwijzende/aanmeldende/erkennende autoriteit een systeem toepassen voor een tijdelijke accreditatie met beperkende voorwaarden.
2. Een beoordeling voor een tijdelijke accreditatie met beperkende voorwaarden bestaat uit het vooronderzoek zoals beschreven in hoofdstuk 5 en een beoordeling zoals beschreven in hoofdstuk 6, waarbij de competentie op basis van interviews en de verificatie van dossiers en registraties op het kantoor van de instelling beoordeeld wordt. Deze beoordeling wordt afgerond met een rapportage en, nadat eventuele afwijkingen zijn opgeheven, met een advies van het beoordelingsteam. Het nemen van het besluit geschiedt zoals in hoofdstuk 7 is beschreven. Een tijdelijke accreditatie met beperkende voorwaarden wordt voor één jaar verleend. De scope van accreditatie zal de tijdelijke en beperkte status van accreditatie expliciet benoemen (zie BR003).
3. Nadat de tijdelijke accreditatie met beperkende voorwaarden is verleend zal de RvA een aanvullende beoordeling uitvoeren, waarbij de RvA de eerste activiteit van de CBI als aangemelde/aangewezen/erkende instelling zal bijwonen en daarop volgend een beoordeling op kantoor van de CBI uit zal voeren ter beoordeling van het dossier van die eerste activiteit. Deze aanvullende beoordeling zal binnen een jaar na het verlenen van deze accreditatie moeten worden afgerond. Het besluit om deze accreditatie om te zetten in een reguliere accreditatie wordt genomen op basis van een advies door de Commissie Accreditaties zoals in hoofdstuk 7 is genoemd.
4. Een tijdelijke accreditatie onder beperkende voorwaarden zal verlopen (dus niet worden ingetrokken) indien de RvA de aanvullende beoordeling niet binnen de geldigheidstermijn heeft kunnen afronden, doordat:
a. de RvA de desbetreffende activiteiten niet heeft kunnen bijwonen;
b. de RvA de kantoorbeoordeling niet heeft kunnen uitvoeren;
c. de RvA de corrigerende maatregelen voor de afwijkingen die bij de aanvullende beoordeling zijn vastgesteld niet met een positief resultaat heeft kunnen beoordelen.
5. Indien de CBI niet binnen zes maanden na het verlenen van deze tijdelijke accreditatie met beperkende voorwaarden de in het derde lid bedoelde bijwoning van een activiteit en/of de kantoorbeoordeling mogelijk heeft gemaakt, bestaat het risico dat de accreditatie niet voor het verlopen van de geldigheidstermijn van deze accreditatie definitief kan worden gemaakt. Dit risico komt voor rekening van de CBI.
6. De aanmeldende/aanwijzende/erkennende autoriteit zal over het verlopen van een accreditatie onder beperkende voorwaarden worden geïnformeerd door de RvA.
2. Een beoordeling voor een tijdelijke accreditatie met beperkende voorwaarden bestaat uit het vooronderzoek zoals beschreven in hoofdstuk 5 en een beoordeling zoals beschreven in hoofdstuk 6, waarbij de competentie op basis van interviews en de verificatie van dossiers en registraties op het kantoor van de instelling beoordeeld wordt. Deze beoordeling wordt afgerond met een rapportage en, nadat eventuele afwijkingen zijn opgeheven, met een advies van het beoordelingsteam. Het nemen van het besluit geschiedt zoals in hoofdstuk 7 is beschreven. Een tijdelijke accreditatie met beperkende voorwaarden wordt voor één jaar verleend. De scope van accreditatie zal de tijdelijke en beperkte status van accreditatie expliciet benoemen (zie BR003).
3. Nadat de tijdelijke accreditatie met beperkende voorwaarden is verleend zal de RvA een aanvullende beoordeling uitvoeren, waarbij de RvA de eerste activiteit van de CBI als aangemelde/aangewezen/erkende instelling zal bijwonen en daarop volgend een beoordeling op kantoor van de CBI uit zal voeren ter beoordeling van het dossier van die eerste activiteit. Deze aanvullende beoordeling zal binnen een jaar na het verlenen van deze accreditatie moeten worden afgerond. Het besluit om deze accreditatie om te zetten in een reguliere accreditatie wordt genomen op basis van een advies door de Commissie Accreditaties zoals in hoofdstuk 7 is genoemd.
4. Een tijdelijke accreditatie onder beperkende voorwaarden zal verlopen (dus niet worden ingetrokken) indien de RvA de aanvullende beoordeling niet binnen de geldigheidstermijn heeft kunnen afronden, doordat:
a. de RvA de desbetreffende activiteiten niet heeft kunnen bijwonen;
b. de RvA de kantoorbeoordeling niet heeft kunnen uitvoeren;
c. de RvA de corrigerende maatregelen voor de afwijkingen die bij de aanvullende beoordeling zijn vastgesteld niet met een positief resultaat heeft kunnen beoordelen.
5. Indien de CBI niet binnen zes maanden na het verlenen van deze tijdelijke accreditatie met beperkende voorwaarden de in het derde lid bedoelde bijwoning van een activiteit en/of de kantoorbeoordeling mogelijk heeft gemaakt, bestaat het risico dat de accreditatie niet voor het verlopen van de geldigheidstermijn van deze accreditatie definitief kan worden gemaakt. Dit risico komt voor rekening van de CBI.
6. De aanmeldende/aanwijzende/erkennende autoriteit zal over het verlopen van een accreditatie onder beperkende voorwaarden worden geïnformeerd door de RvA.
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046192
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl