BWBR0046192
Geldig vanaf 13-01-2022
Artikel 5
Beleidsregel Accreditatie (RvA-BR002)
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. Raad voor Accreditatie (RvA): De Stichting Raad voor Accreditatie, die in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie (Wanai) door de Minister van Economische zaken is aangewezen als de Nederlandse nationale accreditatie-instantie (NAI) in de zin van artikel 4 van de verordening (EG) nr. 765/2008;
b. Commissie Accreditaties: De commissie van de RvA die tot taak heeft het bestuur te adviseren over het verlenen en intrekken van accreditaties;
c. Conformiteitsbeoordelingsinstantie (CBI): Een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht zoals bijvoorbeeld kalibreren, (medische) testen, certificeren of inspecteren;
d. EA: European co-operation for Accreditation: Het samenwerkingsverband van nationale accreditatie-instellingen (NAI’s) in Europa, dat door de Europese Commissie is belast met het uitoefenen van een peerevaluatie-systeem van toezicht op deze accreditatie-instellingen;
e. IAF: International Accreditation Forum: Het mondiale samenwerkingsverband van accreditatie-instellingen op het gebied van certificatie en verificatie;
f. ILAC: International Laboratory Accreditation Cooperation: Het mondiale samenwerkingsverband van accreditatie-instellingen op het gebied van (medische) testen, kalibratie en inspectie;
g. Multilaterale overeenkomst: De overeenkomsten inzake de wederzijdse erkenning en acceptatie van accreditatie, die binnen EA, IAF en ILAC zijn opgesteld; deze overeenkomsten worden aangeduid met respectievelijk EA-MLA, IAF-MLA en ILAC-MRA;
h. Verordening:Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93;
i. Scope: De activiteiten en/of werkterreinen waarop de RvA-accreditatie van toepassing is. De scope vermeldt ook de locaties waar de CBI kernactiviteiten onder deze accreditatie uitvoert. Het beleid van de RvA voor het definiëren van de scope en de definitie van kernactiviteiten is vermeld in RvA-beleidsregel RvA-BR003;
j. Afwijking: Een situatie bij de CBI die niet in overeenstemming is met de vereisten of voorwaarden voor accreditatie. In het geval van een vooronderzoek wordt gesproken van een tekortkoming. Het beleid van de RvA inzake afwijkingen is vermeld in RvA-beleidsregel RvA-BR004;
k. Corrigerende maatregelen: Maatregelen waarmee de oorzaak van een waargenomen afwijking wordt weggenomen. Een corrigerende maatregel vereist een analyse van oorzaak en omvang van een afwijking. Het beleid van de RvA inzake corrigerende maatregelen is vermeld in RvA-beleidsregel RvA-BR004;
l. Accreditatiebeschikking: Een besluit van het bestuur van de RvA tot het verlenen, intrekken, schorsen, uitbreiden of inperken van een accreditatie;
m. Schorsing van een accreditatie: Het tijdelijk intrekken van de scope zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Verordening;
n. Bezwaar: Het aanvechten van een besluit van de bestuurder van de RvA, in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (zie hiervoor Beleidsregel Behandeling Bezwaren, RvA-BR006);
o. Klacht: Uiting van ongenoegen, anders dan een bezwaar, over de wijze waarop de RvA, of een persoon die werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van de RvA, zich in een bepaalde aangelegenheid jegens de klager of jegens een ander heeft gedragen;
p. Melding: Uiting van ongenoegen over een gedraging van een door de RvA geaccrediteerde organisatie betreffende werkzaamheden die binnen de van toepassing zijnde scope vallen en waarbij een terugkoppeling vanuit de RvA zal worden gegeven;
q. Signaal: Uiting over een gedraging van een door de RvA geaccrediteerde organisatie, betreffende werkzaamheden die binnen de van toepassing zijnde scope vallen, die ter informatie aan de RvA wordt verstrekt en waarbij er geen terugkoppeling vanuit de RvA zal worden gegeven;
r. Interpretatiegeschil: Verschil van mening tussen een CBI en een RvA-beoordelaar over de interpretatie van accreditatievereisten;
s. SAP: Specifiek Accreditatieprotocol: Dit is een korte beschrijving voor een specifiek accreditatiegebied en dient als praktische aanvulling op deze beleidsregel. Waar nodig wordt in een SAP toelichting gegeven op accreditatievereisten. SAP’s zijn verplichtende documenten;
t. T-document: Toelichtend document: Dit document beschrijft het beleid en/of de werkwijze van de RvA met betrekking tot een specifiek accreditatieonderwerp. T-documenten zijn verplichtende documenten;
u. Accreditatievereisten: De eisen die de RvA hanteert voor het accrediteren en het handhaven van een verleende accreditatie. Deze eisen omvatten de eisen uit de relevante norm die voor de accreditatie wordt gebruikt, de eisen uit specifieke conformiteitsbeoordelingsschema’s waarvoor de accreditatie wordt of is verleend en de voorwaarden die de RvA in de beschikking vermeldt.
v. Conformiteitsbeoordelingsschema/conformiteitsbeoordelingsprogramma (verder aangeduid met ‘schema’): een gedocumenteerde en publiek beschikbare set aan eisen die het volgende vaststellen: 1. Het object van conformiteitsbeoordeling, d.w.z. product, proces, dienst, systeem, persoon dat/die op conformiteit beoordeeld wordt;
2. De eisen waartegen conformiteit wordt beoordeeld;
3. Het mechanisme waarmee conformiteit wordt vastgesteld, bijvoorbeeld testen, examinering, inspectie of auditing en andere ondersteunende activiteiten om de blijvende conformiteit te verzekeren;
4. Eisen voor conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI’s), gesteld door de schemabeheerder, en eventuele specifieke toepassingen en interpretaties ervan, voor zover van toepassing.
1. Het object van conformiteitsbeoordeling, d.w.z. product, proces, dienst, systeem, persoon dat/die op conformiteit beoordeeld wordt;
2. De eisen waartegen conformiteit wordt beoordeeld;
3. Het mechanisme waarmee conformiteit wordt vastgesteld, bijvoorbeeld testen, examinering, inspectie of auditing en andere ondersteunende activiteiten om de blijvende conformiteit te verzekeren;
4. Eisen voor conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI’s), gesteld door de schemabeheerder, en eventuele specifieke toepassingen en interpretaties ervan, voor zover van toepassing.
w. Schemabeheerder: identificeerbare organisatie die een schema heeft vastgesteld en verantwoordelijk is voor het ontwerp en beheer van het schema.
Indien de schemabeheerder niet de CBI is die zelf het schema gebruikt, spreken we van een externe schemabeheerder.
a. Raad voor Accreditatie (RvA): De Stichting Raad voor Accreditatie, die in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie (Wanai) door de Minister van Economische zaken is aangewezen als de Nederlandse nationale accreditatie-instantie (NAI) in de zin van artikel 4 van de verordening (EG) nr. 765/2008;
b. Commissie Accreditaties: De commissie van de RvA die tot taak heeft het bestuur te adviseren over het verlenen en intrekken van accreditaties;
c. Conformiteitsbeoordelingsinstantie (CBI): Een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht zoals bijvoorbeeld kalibreren, (medische) testen, certificeren of inspecteren;
d. EA: European co-operation for Accreditation: Het samenwerkingsverband van nationale accreditatie-instellingen (NAI’s) in Europa, dat door de Europese Commissie is belast met het uitoefenen van een peerevaluatie-systeem van toezicht op deze accreditatie-instellingen;
e. IAF: International Accreditation Forum: Het mondiale samenwerkingsverband van accreditatie-instellingen op het gebied van certificatie en verificatie;
f. ILAC: International Laboratory Accreditation Cooperation: Het mondiale samenwerkingsverband van accreditatie-instellingen op het gebied van (medische) testen, kalibratie en inspectie;
g. Multilaterale overeenkomst: De overeenkomsten inzake de wederzijdse erkenning en acceptatie van accreditatie, die binnen EA, IAF en ILAC zijn opgesteld; deze overeenkomsten worden aangeduid met respectievelijk EA-MLA, IAF-MLA en ILAC-MRA;
h. Verordening:Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93;
i. Scope: De activiteiten en/of werkterreinen waarop de RvA-accreditatie van toepassing is. De scope vermeldt ook de locaties waar de CBI kernactiviteiten onder deze accreditatie uitvoert. Het beleid van de RvA voor het definiëren van de scope en de definitie van kernactiviteiten is vermeld in RvA-beleidsregel RvA-BR003;
j. Afwijking: Een situatie bij de CBI die niet in overeenstemming is met de vereisten of voorwaarden voor accreditatie. In het geval van een vooronderzoek wordt gesproken van een tekortkoming. Het beleid van de RvA inzake afwijkingen is vermeld in RvA-beleidsregel RvA-BR004;
k. Corrigerende maatregelen: Maatregelen waarmee de oorzaak van een waargenomen afwijking wordt weggenomen. Een corrigerende maatregel vereist een analyse van oorzaak en omvang van een afwijking. Het beleid van de RvA inzake corrigerende maatregelen is vermeld in RvA-beleidsregel RvA-BR004;
l. Accreditatiebeschikking: Een besluit van het bestuur van de RvA tot het verlenen, intrekken, schorsen, uitbreiden of inperken van een accreditatie;
m. Schorsing van een accreditatie: Het tijdelijk intrekken van de scope zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Verordening;
n. Bezwaar: Het aanvechten van een besluit van de bestuurder van de RvA, in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (zie hiervoor Beleidsregel Behandeling Bezwaren, RvA-BR006);
o. Klacht: Uiting van ongenoegen, anders dan een bezwaar, over de wijze waarop de RvA, of een persoon die werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van de RvA, zich in een bepaalde aangelegenheid jegens de klager of jegens een ander heeft gedragen;
p. Melding: Uiting van ongenoegen over een gedraging van een door de RvA geaccrediteerde organisatie betreffende werkzaamheden die binnen de van toepassing zijnde scope vallen en waarbij een terugkoppeling vanuit de RvA zal worden gegeven;
q. Signaal: Uiting over een gedraging van een door de RvA geaccrediteerde organisatie, betreffende werkzaamheden die binnen de van toepassing zijnde scope vallen, die ter informatie aan de RvA wordt verstrekt en waarbij er geen terugkoppeling vanuit de RvA zal worden gegeven;
r. Interpretatiegeschil: Verschil van mening tussen een CBI en een RvA-beoordelaar over de interpretatie van accreditatievereisten;
s. SAP: Specifiek Accreditatieprotocol: Dit is een korte beschrijving voor een specifiek accreditatiegebied en dient als praktische aanvulling op deze beleidsregel. Waar nodig wordt in een SAP toelichting gegeven op accreditatievereisten. SAP’s zijn verplichtende documenten;
t. T-document: Toelichtend document: Dit document beschrijft het beleid en/of de werkwijze van de RvA met betrekking tot een specifiek accreditatieonderwerp. T-documenten zijn verplichtende documenten;
u. Accreditatievereisten: De eisen die de RvA hanteert voor het accrediteren en het handhaven van een verleende accreditatie. Deze eisen omvatten de eisen uit de relevante norm die voor de accreditatie wordt gebruikt, de eisen uit specifieke conformiteitsbeoordelingsschema’s waarvoor de accreditatie wordt of is verleend en de voorwaarden die de RvA in de beschikking vermeldt.
v. Conformiteitsbeoordelingsschema/conformiteitsbeoordelingsprogramma (verder aangeduid met ‘schema’): een gedocumenteerde en publiek beschikbare set aan eisen die het volgende vaststellen: 1. Het object van conformiteitsbeoordeling, d.w.z. product, proces, dienst, systeem, persoon dat/die op conformiteit beoordeeld wordt;
2. De eisen waartegen conformiteit wordt beoordeeld;
3. Het mechanisme waarmee conformiteit wordt vastgesteld, bijvoorbeeld testen, examinering, inspectie of auditing en andere ondersteunende activiteiten om de blijvende conformiteit te verzekeren;
4. Eisen voor conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI’s), gesteld door de schemabeheerder, en eventuele specifieke toepassingen en interpretaties ervan, voor zover van toepassing.
1. Het object van conformiteitsbeoordeling, d.w.z. product, proces, dienst, systeem, persoon dat/die op conformiteit beoordeeld wordt;
2. De eisen waartegen conformiteit wordt beoordeeld;
3. Het mechanisme waarmee conformiteit wordt vastgesteld, bijvoorbeeld testen, examinering, inspectie of auditing en andere ondersteunende activiteiten om de blijvende conformiteit te verzekeren;
4. Eisen voor conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI’s), gesteld door de schemabeheerder, en eventuele specifieke toepassingen en interpretaties ervan, voor zover van toepassing.
w. Schemabeheerder: identificeerbare organisatie die een schema heeft vastgesteld en verantwoordelijk is voor het ontwerp en beheer van het schema.
Indien de schemabeheerder niet de CBI is die zelf het schema gebruikt, spreken we van een externe schemabeheerder.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046192
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl