BWBR0046192
Geldig vanaf 13-01-2022
Artikel 16
Beleidsregel Accreditatie (RvA-BR002)
1. Na het in behandeling nemen van de aanvraag als bedoeld in Artikel 13 voert de RvA een vooronderzoek uit met het doel vast te stellen of het gedocumenteerde systeem van de aanvrager aan de vereisten voor accreditatie voldoet.
2. Voor het in lid 1 bedoelde vooronderzoek stelt de RvA een beoordelingsteam samen. De aanvrager kan, op basis van vermeende belangenconflicten, schriftelijk protest indienen tegen de inzet van een teamlid. Een dergelijk protest dient binnen vijf werkdagen na het bekendmaken van de samenstelling van het team met redenen omkleed bij de RvA te worden ingediend. De RvA zal op basis van de gronden van het protest, de inzet van het teamlid heroverwegen.
3. Het resultaat van het vooronderzoek wordt in een rapport vastgelegd. Dit rapport identificeert eventuele tekortkomingen die vastgesteld zijn ten opzichte van de accreditatievereisten. Indien de aanvrager dit verzoekt worden de resultaten in een gesprek toegelicht.
4. De conclusies uit een vooronderzoek kunnen zijn:
a. Geconcludeerd wordt dat de aanvrager, ondanks eventueel vastgestelde tekortkomingen, gereed is voor het beoordelingsonderzoek. Het rapport van het vooronderzoek bevat in dat geval, naast een samenvatting van de resultaten van het vooronderzoek, een specificatie van het uit te voeren beoordelingsonderzoek, alsmede een voorstel voor een planning van het beoordelingsonderzoek.
b. Geconcludeerd wordt dat de aanvrager als gevolg van vastgestelde tekortkomingen nog niet gereed is voor het beoordelingsonderzoek. Het rapport bevat in dat geval, naast een samenvatting van de resultaten van het vooronderzoek, de geïdentificeerde tekortkomingen die aantoonbaar opgeheven moeten worden voordat een beoordelingsonderzoek kan worden uitgevoerd. De aanvrager krijgt dan de gelegenheid binnen een door de RvA gestelde termijn correcties aan te brengen die de RvA zal verifiëren in een vervolgvooronderzoek. De resultaten van deze verificatie zullen in het rapport worden verwerkt en de basis zijn voor een (mogelijk) nieuwe conclusie.
5. Een aanvrager kan op basis van het resultaat van het vooronderzoek de aanvraag intrekken en opnieuw indienen na het nemen van correctieve maatregelen.
6. Om de objectiviteit van het beoordelingsteam van de RvA te waarborgen en om advisering te voorkomen kan de RvA beslissen tot een andere samenstelling van het beoordelingsteam bij opeenvolgende vooronderzoeken bij dezelfde aanvrager.
7. In het geval uit het vervolgvooronderzoek blijkt dat een aanvrager er niet in is geslaagd om de in lid 4 onder b. bedoelde tekortkomingen van het vooronderzoek op te heffen, zal de RvA in overleg met de aanvrager een beslissing nemen over het vervolg van de beoordeling.
2. Voor het in lid 1 bedoelde vooronderzoek stelt de RvA een beoordelingsteam samen. De aanvrager kan, op basis van vermeende belangenconflicten, schriftelijk protest indienen tegen de inzet van een teamlid. Een dergelijk protest dient binnen vijf werkdagen na het bekendmaken van de samenstelling van het team met redenen omkleed bij de RvA te worden ingediend. De RvA zal op basis van de gronden van het protest, de inzet van het teamlid heroverwegen.
3. Het resultaat van het vooronderzoek wordt in een rapport vastgelegd. Dit rapport identificeert eventuele tekortkomingen die vastgesteld zijn ten opzichte van de accreditatievereisten. Indien de aanvrager dit verzoekt worden de resultaten in een gesprek toegelicht.
4. De conclusies uit een vooronderzoek kunnen zijn:
a. Geconcludeerd wordt dat de aanvrager, ondanks eventueel vastgestelde tekortkomingen, gereed is voor het beoordelingsonderzoek. Het rapport van het vooronderzoek bevat in dat geval, naast een samenvatting van de resultaten van het vooronderzoek, een specificatie van het uit te voeren beoordelingsonderzoek, alsmede een voorstel voor een planning van het beoordelingsonderzoek.
b. Geconcludeerd wordt dat de aanvrager als gevolg van vastgestelde tekortkomingen nog niet gereed is voor het beoordelingsonderzoek. Het rapport bevat in dat geval, naast een samenvatting van de resultaten van het vooronderzoek, de geïdentificeerde tekortkomingen die aantoonbaar opgeheven moeten worden voordat een beoordelingsonderzoek kan worden uitgevoerd. De aanvrager krijgt dan de gelegenheid binnen een door de RvA gestelde termijn correcties aan te brengen die de RvA zal verifiëren in een vervolgvooronderzoek. De resultaten van deze verificatie zullen in het rapport worden verwerkt en de basis zijn voor een (mogelijk) nieuwe conclusie.
5. Een aanvrager kan op basis van het resultaat van het vooronderzoek de aanvraag intrekken en opnieuw indienen na het nemen van correctieve maatregelen.
6. Om de objectiviteit van het beoordelingsteam van de RvA te waarborgen en om advisering te voorkomen kan de RvA beslissen tot een andere samenstelling van het beoordelingsteam bij opeenvolgende vooronderzoeken bij dezelfde aanvrager.
7. In het geval uit het vervolgvooronderzoek blijkt dat een aanvrager er niet in is geslaagd om de in lid 4 onder b. bedoelde tekortkomingen van het vooronderzoek op te heffen, zal de RvA in overleg met de aanvrager een beslissing nemen over het vervolg van de beoordeling.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046192
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl