BWBR0045371
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 17
Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2021
1. De taken en bevoegdheden van de Minister van Justitie en Veiligheid, bedoeld in de artikelen 5, 6, 8, 11, 12, 13, 17, 19, 31, 31b, 31c, 33, eerste en derde lid, 34, eerste, vijfde en zesde lid, 34cen 35 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificatiesworden uitgevoerd door de commandant van de Koninklijke marechaussee voor zover het de erkenningen, bedoeld in artikel 21, eerste lid, en 22, eerste lid, van het besluitbetreft.
2. De aanvraag om erkenning van de beroepskwalificaties, bedoeld in artikel 23 van het besluit, wordt ingediend bij de commandant van de Koninklijke marechaussee.
3. De aanvrager om erkenning van zijn beroepskwalificaties als bedoeld in het tweede lid legt bij zijn aanvraag de volgende voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijnde gegevens en bescheiden over:
a. een door het bevoegde gezag in de staat waar de opleiding is gevolgd gewaarmerkt kopie van het certificaat waaruit blijkt dat de aanvrager een opleiding, vergelijkbaar met die als bedoeld in artikel 15, onder a, dan wel een bewijs waaruit blijkt dat met goed gevolg een examen is afgelegd met het oog op de uitoefening van een door de aanvrager gewenste beveiligingstaak bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het besluit;
b. een overzicht van de vakken die onderdeel hebben uitgemaakt van de betreffende opleiding en een leerstofomschrijving van de vakken en daarbij behorende studietijd;
c. een bewijs afgegeven door een daartoe bevoegde instantie dat hij een zodanige beheersing van de Nederlandse of Engelse taal heeft dat op een begrijpelijke wijze de opleiding kan worden verzorgd dan wel de beveiligingstaak naar behoren kan worden uitgeoefend.
4. Van de gegevens en bescheiden genoemd in het derde lid wordt een beëdigde vertaling in de Nederlandse of Engelse taal overgelegd, indien deze zijn gesteld in een andere taal dan het Nederlands onderscheidenlijk Engels.
5. Indien uit de overgelegde stukken blijkt dat de gevolgde opleiding onvoldoende kennis en vaardigheden biedt die noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de taak in relatie tot de eisen die aan de beveiliging van de burgerluchtvaart in Nederland worden gesteld, bepaalt de commandant van de Koninklijke marechaussee dat een aanpassingsstage met goed gevolg moet worden afgerond alvorens de beroepskwalificatie wordt erkend.
6. De commandant van de Koninklijke marechaussee informeert de aanvrager over de te volgen aanpassingsstage en de daarbij behorende vakken en de wijze waarop de aanpassingsstage moet worden gedaan.
2. De aanvraag om erkenning van de beroepskwalificaties, bedoeld in artikel 23 van het besluit, wordt ingediend bij de commandant van de Koninklijke marechaussee.
3. De aanvrager om erkenning van zijn beroepskwalificaties als bedoeld in het tweede lid legt bij zijn aanvraag de volgende voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijnde gegevens en bescheiden over:
a. een door het bevoegde gezag in de staat waar de opleiding is gevolgd gewaarmerkt kopie van het certificaat waaruit blijkt dat de aanvrager een opleiding, vergelijkbaar met die als bedoeld in artikel 15, onder a, dan wel een bewijs waaruit blijkt dat met goed gevolg een examen is afgelegd met het oog op de uitoefening van een door de aanvrager gewenste beveiligingstaak bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het besluit;
b. een overzicht van de vakken die onderdeel hebben uitgemaakt van de betreffende opleiding en een leerstofomschrijving van de vakken en daarbij behorende studietijd;
c. een bewijs afgegeven door een daartoe bevoegde instantie dat hij een zodanige beheersing van de Nederlandse of Engelse taal heeft dat op een begrijpelijke wijze de opleiding kan worden verzorgd dan wel de beveiligingstaak naar behoren kan worden uitgeoefend.
4. Van de gegevens en bescheiden genoemd in het derde lid wordt een beëdigde vertaling in de Nederlandse of Engelse taal overgelegd, indien deze zijn gesteld in een andere taal dan het Nederlands onderscheidenlijk Engels.
5. Indien uit de overgelegde stukken blijkt dat de gevolgde opleiding onvoldoende kennis en vaardigheden biedt die noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de taak in relatie tot de eisen die aan de beveiliging van de burgerluchtvaart in Nederland worden gesteld, bepaalt de commandant van de Koninklijke marechaussee dat een aanpassingsstage met goed gevolg moet worden afgerond alvorens de beroepskwalificatie wordt erkend.
6. De commandant van de Koninklijke marechaussee informeert de aanvrager over de te volgen aanpassingsstage en de daarbij behorende vakken en de wijze waarop de aanpassingsstage moet worden gedaan.