BWBR0045371
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 4
Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2021
1. De luchtvaartmaatschappij legt het beveiligingsprogramma, bedoeld in artikel 37abb van de wet, door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee over aan de Minister van Justitie en Veiligheid.
2. De luchtvaartmaatschappij waarvan de exploitatievergunning niet in Nederland is verleend, legt op verzoek van de Minister van Justitie en Veiligheid door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee een verklaring als bedoeld in artikel 37abb, derde lid, van de wetover.
3. Met het oog op de instemming door de Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat adviseert de commandant van de Koninklijke marechaussee de Minister van Justitie en Veiligheid over het beveiligingsprogramma.
2. De luchtvaartmaatschappij waarvan de exploitatievergunning niet in Nederland is verleend, legt op verzoek van de Minister van Justitie en Veiligheid door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee een verklaring als bedoeld in artikel 37abb, derde lid, van de wetover.
3. Met het oog op de instemming door de Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat adviseert de commandant van de Koninklijke marechaussee de Minister van Justitie en Veiligheid over het beveiligingsprogramma.