BWBR0023066
Geldig vanaf 2015-12-02
Artikel 31
Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties
1. De migrerende beroepsbeoefenaar die op grond van hoofdstuk 2of hoofdstuk 3erkenning van beroepskwalificaties heeft verkregen respectievelijk is toegelaten als dienstverrichter, of die een Europese beroepskaart heeft verkregen met het oog op beroepsuitoefening in Nederland, beschikt over de talenkennis die voor de uitoefening van het desbetreffende gereglementeerde beroep is vereist.
2. Onze Minister die het aangaat kan besluiten de talenkennis, bedoeld in het eerste lid, te controleren:
a. bij gereglementeerde beroepen met implicaties voor patiëntveiligheid;
b. bij de overige gereglementeerde beroepen, in geval van ernstige en concrete twijfel.
3. De taalcontrole is evenredig aan de uit te oefenen beroepswerkzaamheden en beperkt zich tot de kennis van één officiële taal in Nederland.
2. Onze Minister die het aangaat kan besluiten de talenkennis, bedoeld in het eerste lid, te controleren:
a. bij gereglementeerde beroepen met implicaties voor patiëntveiligheid;
b. bij de overige gereglementeerde beroepen, in geval van ernstige en concrete twijfel.
3. De taalcontrole is evenredig aan de uit te oefenen beroepswerkzaamheden en beperkt zich tot de kennis van één officiële taal in Nederland.