BWBR0014397
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 22
Besluit beveiliging burgerluchtvaart
1. Beveiligingstaken die op grond van EG- verordening 300/2008slechts mogen worden uitgevoerd door gecertificeerd personeel, worden uitgevoerd door personen die beschikken over een door Onze Minister verleende erkenning.
2. Op aanvraag van de betrokkene of van de organisatie waarvoor deze beveiligingstaken zal verrichten verleent Onze Minister de erkenning, indien hij heeft vastgesteld dat:
a. de betrokkene met succes de relevante opleiding heeft gevolgd, en
b. ook uit de over hem beschikbare en relevante indienstnamegegevens en andere gegevens blijkt dat de betrokkene mentaal en fysiek geschikt is voor zijn functie en over de nodige vaardigheden beschikt om de hem toegewezen taken op een aanvaardbaar niveau uit te voeren.
3. De erkenning geldt voor de volgende termijn, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend:
a. drie jaar, voor personeel dat röntgen- of EDS-apparatuur bedient;
b. vijf jaar, voor het overige personeel.
4. Op aanvraag van de betrokkene of van de organisatie, bedoeld in het tweede lid, verlengt Onze Minister de erkenning, indien hij heeft vastgesteld dat:
a. de betrokkene met goed gevolg het examen heeft afgelegd van de voor de uitoefening van de hem toegewezen taken relevante opleiding, en
b. ook uit het over hem aangelegde certificerings- of goedkeuringsdossier blijkt dat de betrokkene mentaal en fysiek geschikt is voor zijn functie en over de nodige vaardigheden beschikt om de hem toegewezen taken op een aanvaardbaar niveau uit te voeren.
5. Onze Minister weigert de erkenning te verlenen of verlengen, indien ten aanzien van de betrokkene geen geldige verklaring als bedoeld in artikel 37rf, eerste of derde lid, van de wetkan worden overgelegd.
6. Bij regeling van Onze Minister kunnen, met het oog op de goede uitvoering van EG- verordening 300/2008, nadere regels worden gesteld omtrent de bekwaamheid die noodzakelijk is voor de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde beveiligingstaken en de wijze waarop deze bekwaamheid wordt vastgesteld.
2. Op aanvraag van de betrokkene of van de organisatie waarvoor deze beveiligingstaken zal verrichten verleent Onze Minister de erkenning, indien hij heeft vastgesteld dat:
a. de betrokkene met succes de relevante opleiding heeft gevolgd, en
b. ook uit de over hem beschikbare en relevante indienstnamegegevens en andere gegevens blijkt dat de betrokkene mentaal en fysiek geschikt is voor zijn functie en over de nodige vaardigheden beschikt om de hem toegewezen taken op een aanvaardbaar niveau uit te voeren.
3. De erkenning geldt voor de volgende termijn, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend:
a. drie jaar, voor personeel dat röntgen- of EDS-apparatuur bedient;
b. vijf jaar, voor het overige personeel.
4. Op aanvraag van de betrokkene of van de organisatie, bedoeld in het tweede lid, verlengt Onze Minister de erkenning, indien hij heeft vastgesteld dat:
a. de betrokkene met goed gevolg het examen heeft afgelegd van de voor de uitoefening van de hem toegewezen taken relevante opleiding, en
b. ook uit het over hem aangelegde certificerings- of goedkeuringsdossier blijkt dat de betrokkene mentaal en fysiek geschikt is voor zijn functie en over de nodige vaardigheden beschikt om de hem toegewezen taken op een aanvaardbaar niveau uit te voeren.
5. Onze Minister weigert de erkenning te verlenen of verlengen, indien ten aanzien van de betrokkene geen geldige verklaring als bedoeld in artikel 37rf, eerste of derde lid, van de wetkan worden overgelegd.
6. Bij regeling van Onze Minister kunnen, met het oog op de goede uitvoering van EG- verordening 300/2008, nadere regels worden gesteld omtrent de bekwaamheid die noodzakelijk is voor de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde beveiligingstaken en de wijze waarop deze bekwaamheid wordt vastgesteld.