BWBR0045371
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 20
Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2021
1. De Minister van Justitie en Veiligheid verleent mandaat en machtiging voor de uitoefening van de volgende bevoegdheden en het verrichten van daarbij behorende overige handelingen aan de commandant van de Koninklijke marechaussee:
a. het bij wijze van bestuursdwang verbieden of beletten van het opstijgen van een luchtvaartuig, bedoeld in artikel 37ae, tweede lid, van de wet;
b. het verlenen of intrekken van de erkenningen, bedoeld in artikel 37o, eerste lid, onder a, b, c en e en tweede lid, van de wet;
c. het erkennen van instructeurs, bedoeld in artikel 37re, eerste lid, van de wet;
d. het erkennen van personeel, bedoeld in artikel 37rd, eerste lid, van de wet;
e. het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 37u, eerste lid, van de wet;
f. het behandelen van een klacht als bedoeld in artikel 37v, tweede lid, van de wet.
2. De commandant van de Koninklijke marechaussee kan voor de aangelegenheden bedoeld in het eerste lid ondermandaat en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
a. het bij wijze van bestuursdwang verbieden of beletten van het opstijgen van een luchtvaartuig, bedoeld in artikel 37ae, tweede lid, van de wet;
b. het verlenen of intrekken van de erkenningen, bedoeld in artikel 37o, eerste lid, onder a, b, c en e en tweede lid, van de wet;
c. het erkennen van instructeurs, bedoeld in artikel 37re, eerste lid, van de wet;
d. het erkennen van personeel, bedoeld in artikel 37rd, eerste lid, van de wet;
e. het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 37u, eerste lid, van de wet;
f. het behandelen van een klacht als bedoeld in artikel 37v, tweede lid, van de wet.
2. De commandant van de Koninklijke marechaussee kan voor de aangelegenheden bedoeld in het eerste lid ondermandaat en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.