BWBR0044265
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 4.2
Beleidsregel openstelling landgoederen Natuurschoonwet 1928
Een landgoed, dat op het moment van overlijden of schenking van de eigenaar niet of nog niet was aangemerkt als een opengesteld landgoed, kan worden aangemerkt als een opengesteld landgoed, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de verkrijger krachtens erfrecht of schenking van het landgoed die gebruik wil maken van de openstellingsfaciliteit moet uiterlijk op het moment van de indiening van de aangifte voor erfbelasting of schenkbelasting het verzoek tot goedkeuring van de openstellingsregels bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben ingediend;
b. in de aangifte moet een beroep op de openstellingsfaciliteit zijn gedaan; en
c. het landgoed moet daadwerkelijk opengesteld zijn op het moment dat de verkrijger krachtens erfrecht of schenking het verzoek tot goedkeuring van de openstellingsregels bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft ingediend.
a. de verkrijger krachtens erfrecht of schenking van het landgoed die gebruik wil maken van de openstellingsfaciliteit moet uiterlijk op het moment van de indiening van de aangifte voor erfbelasting of schenkbelasting het verzoek tot goedkeuring van de openstellingsregels bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben ingediend;
b. in de aangifte moet een beroep op de openstellingsfaciliteit zijn gedaan; en
c. het landgoed moet daadwerkelijk opengesteld zijn op het moment dat de verkrijger krachtens erfrecht of schenking het verzoek tot goedkeuring van de openstellingsregels bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft ingediend.