BWBR0044265
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 2.6
Beleidsregel openstelling landgoederen Natuurschoonwet 1928
1. De openstelling van een landgoed kan op verzoek van de eigenaar met toestemming van de Ministers worden beperkt door het gebruik van toegangskaarten al dan niet tegen betaling.
2. Aan het verlenen van de toestemming als bedoeld in het eerste lid zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. het landgoed is gelegen in de nabijheid van een grootstedelijk gebied of is anderszins kwetsbaar voor intensieve betreding, en wordt opengesteld op vertoon van toegangskaarten die gratis of tegen een geringe toegangsprijs verkrijgbaar zijn, waarbij de eigenaar het aantal uit te geven dag- en jaarkaarten kan limiteren;
b. voor historische en educatieve tuinen en parken, gelegen op een landgoed, kunnen de Ministers een hogere toegangsprijs dan bepaald onder a toestaan, mits deze tuinen en parken van zodanige betekenis zijn dat zij door meer dan 2.000 bezoekers per jaar worden bezocht, en in een redelijke staat van onderhoud verkeren; en
c. de toegangskaarten zijn verkrijgbaar: i. op tijden dat het landgoed toegankelijk is, op het landgoed of in de directe omgeving daarvan, waarbij de plaats van verkrijgbaarheid van de kaarten voor het publiek duidelijk waarneembaar is aangegeven met borden die bij de toegangswegen tot het landgoed zijn geplaatst; of
ii. via een internetadres, dat voor het publiek duidelijk waarneembaar staat vermeld op borden die bij de toegangswegen tot het landgoed zijn geplaatst;
i. op tijden dat het landgoed toegankelijk is, op het landgoed of in de directe omgeving daarvan, waarbij de plaats van verkrijgbaarheid van de kaarten voor het publiek duidelijk waarneembaar is aangegeven met borden die bij de toegangswegen tot het landgoed zijn geplaatst; of
ii. via een internetadres, dat voor het publiek duidelijk waarneembaar staat vermeld op borden die bij de toegangswegen tot het landgoed zijn geplaatst;
3. Onder een geringe toegangsprijs, als bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt verstaan een bedrag van ten hoogste € 0,50 voor een kaart voor één persoon, die gedurende een dag geldig is, en ten hoogste € 2,50 voor een kaart voor één persoon, die gedurende een kalenderjaar geldig is.
4. Bij historische en educatieve tuinen en parken, als bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt als voorwaarde dat per park en tuin vast moet komen te staan dat de kosten voor instandhouding ervan de inkomsten overtreffen.
5. Bij het verkrijgen van toegangskaarten via een internetadres, als bedoeld in het tweede lid, onder c, onder ii, geldt als voorwaarde dat de toegangskaarten vrijwel direct na bestelling door een bezoeker op de mobiele telefoon zichtbaar zijn.
6. De eigenaar van het landgoed moet het verzoek om toestemming voor het gebruik van toegangskaarten bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit indienen.
2. Aan het verlenen van de toestemming als bedoeld in het eerste lid zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. het landgoed is gelegen in de nabijheid van een grootstedelijk gebied of is anderszins kwetsbaar voor intensieve betreding, en wordt opengesteld op vertoon van toegangskaarten die gratis of tegen een geringe toegangsprijs verkrijgbaar zijn, waarbij de eigenaar het aantal uit te geven dag- en jaarkaarten kan limiteren;
b. voor historische en educatieve tuinen en parken, gelegen op een landgoed, kunnen de Ministers een hogere toegangsprijs dan bepaald onder a toestaan, mits deze tuinen en parken van zodanige betekenis zijn dat zij door meer dan 2.000 bezoekers per jaar worden bezocht, en in een redelijke staat van onderhoud verkeren; en
c. de toegangskaarten zijn verkrijgbaar: i. op tijden dat het landgoed toegankelijk is, op het landgoed of in de directe omgeving daarvan, waarbij de plaats van verkrijgbaarheid van de kaarten voor het publiek duidelijk waarneembaar is aangegeven met borden die bij de toegangswegen tot het landgoed zijn geplaatst; of
ii. via een internetadres, dat voor het publiek duidelijk waarneembaar staat vermeld op borden die bij de toegangswegen tot het landgoed zijn geplaatst;
i. op tijden dat het landgoed toegankelijk is, op het landgoed of in de directe omgeving daarvan, waarbij de plaats van verkrijgbaarheid van de kaarten voor het publiek duidelijk waarneembaar is aangegeven met borden die bij de toegangswegen tot het landgoed zijn geplaatst; of
ii. via een internetadres, dat voor het publiek duidelijk waarneembaar staat vermeld op borden die bij de toegangswegen tot het landgoed zijn geplaatst;
3. Onder een geringe toegangsprijs, als bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt verstaan een bedrag van ten hoogste € 0,50 voor een kaart voor één persoon, die gedurende een dag geldig is, en ten hoogste € 2,50 voor een kaart voor één persoon, die gedurende een kalenderjaar geldig is.
4. Bij historische en educatieve tuinen en parken, als bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt als voorwaarde dat per park en tuin vast moet komen te staan dat de kosten voor instandhouding ervan de inkomsten overtreffen.
5. Bij het verkrijgen van toegangskaarten via een internetadres, als bedoeld in het tweede lid, onder c, onder ii, geldt als voorwaarde dat de toegangskaarten vrijwel direct na bestelling door een bezoeker op de mobiele telefoon zichtbaar zijn.
6. De eigenaar van het landgoed moet het verzoek om toestemming voor het gebruik van toegangskaarten bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit indienen.