BWBR0044265
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 2.2
Beleidsregel openstelling landgoederen Natuurschoonwet 1928
1. Voor wandelaars zijn er voldoende vrij toegankelijke en begaanbare wegen en paden die min of meer gelijkmatig over het landgoed zijn verdeeld.
2. Tot de in het eerste lid genoemde wegen en paden worden schouwpaden en in het kader van de extensieve recreatie gemarkeerde beloopbare groenstroken en perceelsranden gerekend, die waar nodig voorzien zijn van draadoverstapjes.
3. Van een min of meer gelijkmatige verdeling als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval geen sprake als:
a. het landgoed niet in voldoende mate door het publiek beleefd kan worden; en
b. de wegen en paden voor meer dan de helft van de in artikel 2.3 bedoelde minimale padlengte aan of langs de rand van het landgoed lopen.
4. Indien het landgoederen als bedoeld in artikel 3, derde of vierde lid, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928betreft gelden in aanvulling op het eerste lid van dit artikel de volgende voorwaarden:
a. de wegen en paden zijn min of meer gelijkmatig over beide landgoederen verdeeld; en
b. de wegen en paden van beide landgoederen zijn op elkaar aangesloten.
2. Tot de in het eerste lid genoemde wegen en paden worden schouwpaden en in het kader van de extensieve recreatie gemarkeerde beloopbare groenstroken en perceelsranden gerekend, die waar nodig voorzien zijn van draadoverstapjes.
3. Van een min of meer gelijkmatige verdeling als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval geen sprake als:
a. het landgoed niet in voldoende mate door het publiek beleefd kan worden; en
b. de wegen en paden voor meer dan de helft van de in artikel 2.3 bedoelde minimale padlengte aan of langs de rand van het landgoed lopen.
4. Indien het landgoederen als bedoeld in artikel 3, derde of vierde lid, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928betreft gelden in aanvulling op het eerste lid van dit artikel de volgende voorwaarden:
a. de wegen en paden zijn min of meer gelijkmatig over beide landgoederen verdeeld; en
b. de wegen en paden van beide landgoederen zijn op elkaar aangesloten.