BWBR0044265
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 2.7
Beleidsregel openstelling landgoederen Natuurschoonwet 1928
1. De eigenaar van een landgoed mag gedragsregels voor bezoekers hanteren.
2. Deze gedragsregels, als bedoeld in het eerste lid, kunnen:
a. een verbod behelzen om: 1°. zich buiten de vrij toegankelijke en begaanbare wegen en paden te begeven;
2°. onverminderd andere verbodsbepalingen, bloemen, bladeren en vruchten te plukken of te vervoeren, afwerpstangen van een ree of hert bij zich te dragen, takken af te snijden, bomen, struiken en andere gewassen te beschadigen, in de bodem te graven, hout te sprokkelen, te zwemmen, vuur te maken, in droge tijd te roken, het wild of vogels te verontrusten, te vissen, de orde en rust te verstoren, en papier en ander afval achter te laten;
3°. loslopende honden bij zich te hebben;
4°. honden bij zich te hebben, indien het pad door een terrein dat begraasd wordt door grote grazers loopt; en
1°. zich buiten de vrij toegankelijke en begaanbare wegen en paden te begeven;
2°. onverminderd andere verbodsbepalingen, bloemen, bladeren en vruchten te plukken of te vervoeren, afwerpstangen van een ree of hert bij zich te dragen, takken af te snijden, bomen, struiken en andere gewassen te beschadigen, in de bodem te graven, hout te sprokkelen, te zwemmen, vuur te maken, in droge tijd te roken, het wild of vogels te verontrusten, te vissen, de orde en rust te verstoren, en papier en ander afval achter te laten;
3°. loslopende honden bij zich te hebben;
4°. honden bij zich te hebben, indien het pad door een terrein dat begraasd wordt door grote grazers loopt; en
b. betrekking hebben op: 1°. het weren van publiek dat zich niet aan de gedragsregels houdt;
2°. het ontzeggen van de toegang tot het landgoed aan personen die aan een georganiseerd evenement deelnemen, indien aannemelijk is dat ten gevolge van het evenement schade aan het landgoed of een gedeelte van het landgoed ontstaat of kan ontstaan;
3°. het ontzeggen van de toegang tot het landgoed aan personen die in groepsverband het landgoed bezoeken, indien aannemelijk is dat door de omvang of samenstelling van de groep, schade aan het landgoed of een gedeelte van het landgoed ontstaat of kan ontstaan, of overlast voor andere wandelaars ontstaat of kan ontstaan; en
4°. het instellen van beperkingen voor anderen dan wandelaars, waaronder fietsers, crossfietsers, ruiters, hardlopers in georganiseerd groepsverband of gemotoriseerd verkeer.
1°. het weren van publiek dat zich niet aan de gedragsregels houdt;
2°. het ontzeggen van de toegang tot het landgoed aan personen die aan een georganiseerd evenement deelnemen, indien aannemelijk is dat ten gevolge van het evenement schade aan het landgoed of een gedeelte van het landgoed ontstaat of kan ontstaan;
3°. het ontzeggen van de toegang tot het landgoed aan personen die in groepsverband het landgoed bezoeken, indien aannemelijk is dat door de omvang of samenstelling van de groep, schade aan het landgoed of een gedeelte van het landgoed ontstaat of kan ontstaan, of overlast voor andere wandelaars ontstaat of kan ontstaan; en
4°. het instellen van beperkingen voor anderen dan wandelaars, waaronder fietsers, crossfietsers, ruiters, hardlopers in georganiseerd groepsverband of gemotoriseerd verkeer.
2. Deze gedragsregels, als bedoeld in het eerste lid, kunnen:
a. een verbod behelzen om: 1°. zich buiten de vrij toegankelijke en begaanbare wegen en paden te begeven;
2°. onverminderd andere verbodsbepalingen, bloemen, bladeren en vruchten te plukken of te vervoeren, afwerpstangen van een ree of hert bij zich te dragen, takken af te snijden, bomen, struiken en andere gewassen te beschadigen, in de bodem te graven, hout te sprokkelen, te zwemmen, vuur te maken, in droge tijd te roken, het wild of vogels te verontrusten, te vissen, de orde en rust te verstoren, en papier en ander afval achter te laten;
3°. loslopende honden bij zich te hebben;
4°. honden bij zich te hebben, indien het pad door een terrein dat begraasd wordt door grote grazers loopt; en
1°. zich buiten de vrij toegankelijke en begaanbare wegen en paden te begeven;
2°. onverminderd andere verbodsbepalingen, bloemen, bladeren en vruchten te plukken of te vervoeren, afwerpstangen van een ree of hert bij zich te dragen, takken af te snijden, bomen, struiken en andere gewassen te beschadigen, in de bodem te graven, hout te sprokkelen, te zwemmen, vuur te maken, in droge tijd te roken, het wild of vogels te verontrusten, te vissen, de orde en rust te verstoren, en papier en ander afval achter te laten;
3°. loslopende honden bij zich te hebben;
4°. honden bij zich te hebben, indien het pad door een terrein dat begraasd wordt door grote grazers loopt; en
b. betrekking hebben op: 1°. het weren van publiek dat zich niet aan de gedragsregels houdt;
2°. het ontzeggen van de toegang tot het landgoed aan personen die aan een georganiseerd evenement deelnemen, indien aannemelijk is dat ten gevolge van het evenement schade aan het landgoed of een gedeelte van het landgoed ontstaat of kan ontstaan;
3°. het ontzeggen van de toegang tot het landgoed aan personen die in groepsverband het landgoed bezoeken, indien aannemelijk is dat door de omvang of samenstelling van de groep, schade aan het landgoed of een gedeelte van het landgoed ontstaat of kan ontstaan, of overlast voor andere wandelaars ontstaat of kan ontstaan; en
4°. het instellen van beperkingen voor anderen dan wandelaars, waaronder fietsers, crossfietsers, ruiters, hardlopers in georganiseerd groepsverband of gemotoriseerd verkeer.
1°. het weren van publiek dat zich niet aan de gedragsregels houdt;
2°. het ontzeggen van de toegang tot het landgoed aan personen die aan een georganiseerd evenement deelnemen, indien aannemelijk is dat ten gevolge van het evenement schade aan het landgoed of een gedeelte van het landgoed ontstaat of kan ontstaan;
3°. het ontzeggen van de toegang tot het landgoed aan personen die in groepsverband het landgoed bezoeken, indien aannemelijk is dat door de omvang of samenstelling van de groep, schade aan het landgoed of een gedeelte van het landgoed ontstaat of kan ontstaan, of overlast voor andere wandelaars ontstaat of kan ontstaan; en
4°. het instellen van beperkingen voor anderen dan wandelaars, waaronder fietsers, crossfietsers, ruiters, hardlopers in georganiseerd groepsverband of gemotoriseerd verkeer.