BWBR0043564
Geldig vanaf 2021-04-13
Artikel 8a
Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021
1. Indien de middelen, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, ontoereikend zijn om alle aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen op de volgende wijze gerangschikt:
a. eerst wordt voorrang verleend aan de aanvragen van scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc waaraan in 2020 geen subsidie op grond van deze regeling is verstrekt;
b. vervolgens wordt voorrang verleend aan de aanvragen van scholen die een positieve achterstandsscore hebben als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc die in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging uit de Regeling leerplusarrangement vo, en scholen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
c. ten slotte wordt beslist op de aanvragen van overige scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc die niet vallen onder een categorie als bedoeld onder a of b.
2. Indien de middelen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, ontoereikend zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, toe te wijzen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt.
3. Indien er voldoende middelen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, toe te wijzen, maar die middelen vervolgens ontoereikend zijn om tevens alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder b, toe te wijzen, worden de aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder b, door middel van loting gerangschikt.
4. Indien er voldoende middelen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, toe te wijzen, maar die middelen vervolgens ontoereikend zijn om tevens alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder c, toe te wijzen, worden de aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder c, door middel van loting gerangschikt.
5. Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een loting als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid zou voorkomen, laat de minister die loting achterwege. In dat geval wordt aan de betreffende scholen of afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal leerlingen is aangevraagd de subsidie toegekend.
6. Indien voor een sector sprake is van een tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid onder b, en artikel 5a, tweede lid, worden de aanvragen voor de desbetreffende sector op volgorde van binnenkomst gerangschikt.
a. eerst wordt voorrang verleend aan de aanvragen van scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc waaraan in 2020 geen subsidie op grond van deze regeling is verstrekt;
b. vervolgens wordt voorrang verleend aan de aanvragen van scholen die een positieve achterstandsscore hebben als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc die in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging uit de Regeling leerplusarrangement vo, en scholen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
c. ten slotte wordt beslist op de aanvragen van overige scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc die niet vallen onder een categorie als bedoeld onder a of b.
2. Indien de middelen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, ontoereikend zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, toe te wijzen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt.
3. Indien er voldoende middelen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, toe te wijzen, maar die middelen vervolgens ontoereikend zijn om tevens alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder b, toe te wijzen, worden de aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder b, door middel van loting gerangschikt.
4. Indien er voldoende middelen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, toe te wijzen, maar die middelen vervolgens ontoereikend zijn om tevens alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder c, toe te wijzen, worden de aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder c, door middel van loting gerangschikt.
5. Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een loting als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid zou voorkomen, laat de minister die loting achterwege. In dat geval wordt aan de betreffende scholen of afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal leerlingen is aangevraagd de subsidie toegekend.
6. Indien voor een sector sprake is van een tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid onder b, en artikel 5a, tweede lid, worden de aanvragen voor de desbetreffende sector op volgorde van binnenkomst gerangschikt.