BWBR0043564
Geldig vanaf 2021-04-13
Artikel 13
Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021
1. Een subsidie wordt direct vastgesteld op uiterlijk:
a. 3 juli 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a;
b. 16 oktober 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b;
c. 1 december 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c;
d. 14 juni 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a; of
e. 26 juli 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b.
2. De minister betaalt het subsidiebedrag in een keer.
3. De verantwoording van de subsidie geschiedt overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsof Regeling jaarverslaglegging onderwijs BESin de jaarverslaggeving met model G, onderdeel 1.
4. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht;
b. minimaal 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond; en
c. is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.
5. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
6. De activiteiten worden aangemerkt als zijnde volledig uitgevoerd indien ten minste 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond.
7. De subsidieontvanger maakt er bij de minister melding van indien het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond, minder is dan 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt. In dat geval stelt de minister de subsidie naar evenredigheid lager vast.
a. 3 juli 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a;
b. 16 oktober 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b;
c. 1 december 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c;
d. 14 juni 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a; of
e. 26 juli 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b.
2. De minister betaalt het subsidiebedrag in een keer.
3. De verantwoording van de subsidie geschiedt overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsof Regeling jaarverslaglegging onderwijs BESin de jaarverslaggeving met model G, onderdeel 1.
4. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht;
b. minimaal 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond; en
c. is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.
5. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
6. De activiteiten worden aangemerkt als zijnde volledig uitgevoerd indien ten minste 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond.
7. De subsidieontvanger maakt er bij de minister melding van indien het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond, minder is dan 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt. In dat geval stelt de minister de subsidie naar evenredigheid lager vast.