BWBR0043555
Geldig vanaf 2020-05-21
Artikel 9
Tijdelijke regeling tegemoetkoming werknemers Westhaven
1. Het recht op een tegemoetkoming vervalt voor de navolgende tijdvakken indien het referentie inkomen minus het toetsingsinkomen gedurende de eerste twee tijdvakken nihil of negatief is.
2. Indien de werknemer gedurende het tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt vastgesteld de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt, wordt de hoogte van de tegemoetkoming verminderd met 1/6 deel per kalendermaand, gelegen in het tijdvak, waarin hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Voor de navolgende tijdvakken vervalt het recht op de tegemoetkoming.
3. Indien toepassing is gegeven aan artikel 11, vierde lid, wordt bij de toepassing van het eerste lid het verschil tussen het referentie inkomen en het toetsingsinkomen voor dat tijdvak geacht nihil te zijn.
2. Indien de werknemer gedurende het tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt vastgesteld de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt, wordt de hoogte van de tegemoetkoming verminderd met 1/6 deel per kalendermaand, gelegen in het tijdvak, waarin hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Voor de navolgende tijdvakken vervalt het recht op de tegemoetkoming.
3. Indien toepassing is gegeven aan artikel 11, vierde lid, wordt bij de toepassing van het eerste lid het verschil tussen het referentie inkomen en het toetsingsinkomen voor dat tijdvak geacht nihil te zijn.