BWBR0043555
Geldig vanaf 2020-05-21
Artikel 4
Tijdelijke regeling tegemoetkoming werknemers Westhaven
Tot het toetsingsinkomen wordt gerekend:
a. het loon, bedoeld in artikel 16 van de Wfsv, voor zover dit loon voortkomt uit een dienstbetrekking die is aangegaan of een uitkering waarop het recht is ontstaan, na de beëindiging van de dienstbetrekking of herplaatsing met uitzondering van de minimum vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, en uitkeringen die voortkomen uit een dienstbetrekking die is aangegaan voor de beëindiging van de dienstbetrekking of de herplaatsing;
b. hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, wordt genoten, voor zover dit uit de dienstbetrekking voortkomt en periodiek wordt uitgekeerd;
c. een uit een dienstbetrekking voortvloeiende periodieke uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening, dan wel een uitkering die voorafgaat aan die uitkering of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, of een op basis van een wettelijke regeling verstrekte uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt.
a. het loon, bedoeld in artikel 16 van de Wfsv, voor zover dit loon voortkomt uit een dienstbetrekking die is aangegaan of een uitkering waarop het recht is ontstaan, na de beëindiging van de dienstbetrekking of herplaatsing met uitzondering van de minimum vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, en uitkeringen die voortkomen uit een dienstbetrekking die is aangegaan voor de beëindiging van de dienstbetrekking of de herplaatsing;
b. hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, wordt genoten, voor zover dit uit de dienstbetrekking voortkomt en periodiek wordt uitgekeerd;
c. een uit een dienstbetrekking voortvloeiende periodieke uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening, dan wel een uitkering die voorafgaat aan die uitkering of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, of een op basis van een wettelijke regeling verstrekte uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt.