BWBR0043555
Geldig vanaf 2020-05-21
Artikel 5
Tijdelijke regeling tegemoetkoming werknemers Westhaven
De werknemer heeft recht op de tegemoetkoming, indien:
a. hij op 30 september 2019 in een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd werkzaam was bij: 1°. de exploitant van de Hemwegcentrale; of
2°. een werkgever die in zijn gewoonlijke bedrijfsactiviteiten dienstig is aan het productieproces van de Hemwegcentrale;
1°. de exploitant van de Hemwegcentrale; of
2°. een werkgever die in zijn gewoonlijke bedrijfsactiviteiten dienstig is aan het productieproces van de Hemwegcentrale;
b. hij zijn werkzaamheden in Nederland verrichtte;
c. hij zijn dienstbetrekking, bedoeld in onderdeel a, tussen 1 oktober 2019 en 1 juli 2021 rechtsgeldig op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is beëindigd, of hij in het kader van artikel 669, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek herplaatst is, en het eindigen van de dienstbetrekking of de herplaatsing redelijkerwijs in verband gebracht kan worden met het staken van de productieactiviteiten van de Hemwegcentrale;
d. hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet bereikt heeft;
e. hij aannemelijk maakt dat hij als gevolg van het eindigen van het dienstverband of herplaatsing, in het navolgende jaar inkomensverlies lijdt; en
f. hij zich tijdig, in ieder geval op het moment dat het hem redelijkerwijs duidelijk was of moest zijn dat er sprake zou zijn van de in onderdeel c en e bedoelde omstandigheden en uiterlijk voor 1 september 2020, heeft laten begeleiden door het MCKW en aantoonbaar heeft meegewerkt, voor zover dit van hem gevergd kan worden, aan activiteiten aangeboden door het MCKW die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid.
a. hij op 30 september 2019 in een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd werkzaam was bij: 1°. de exploitant van de Hemwegcentrale; of
2°. een werkgever die in zijn gewoonlijke bedrijfsactiviteiten dienstig is aan het productieproces van de Hemwegcentrale;
1°. de exploitant van de Hemwegcentrale; of
2°. een werkgever die in zijn gewoonlijke bedrijfsactiviteiten dienstig is aan het productieproces van de Hemwegcentrale;
b. hij zijn werkzaamheden in Nederland verrichtte;
c. hij zijn dienstbetrekking, bedoeld in onderdeel a, tussen 1 oktober 2019 en 1 juli 2021 rechtsgeldig op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is beëindigd, of hij in het kader van artikel 669, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek herplaatst is, en het eindigen van de dienstbetrekking of de herplaatsing redelijkerwijs in verband gebracht kan worden met het staken van de productieactiviteiten van de Hemwegcentrale;
d. hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet bereikt heeft;
e. hij aannemelijk maakt dat hij als gevolg van het eindigen van het dienstverband of herplaatsing, in het navolgende jaar inkomensverlies lijdt; en
f. hij zich tijdig, in ieder geval op het moment dat het hem redelijkerwijs duidelijk was of moest zijn dat er sprake zou zijn van de in onderdeel c en e bedoelde omstandigheden en uiterlijk voor 1 september 2020, heeft laten begeleiden door het MCKW en aantoonbaar heeft meegewerkt, voor zover dit van hem gevergd kan worden, aan activiteiten aangeboden door het MCKW die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid.