BWBR0043251
Geldig vanaf 2025-01-30
Artikel 2.11
Subsidieregeling Circulaire Economie
In aanvulling op de artikelen 11en 12 van het Kaderbesluiten artikel 1.3wordt een subsidieaanvraag afgewezen indien:
a. de datum waarop het circulair ketenproject start meer dan zes maanden na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag ligt;
b. de uitvoering van het circulair ketenproject meer dan twee jaar duurt;
c. één van de ondernemers in het circulair ketensamenwerkingsverband meer dan 70% van het totaal van de voor alle ondernemers in het circulair ketensamenwerkingsverband in aanmerking komende subsidiabele kosten voor zijn rekening neemt;
d. al eerder in hetzelfde kalenderjaar op grond van deze regeling subsidie is verstrekt aan één van de deelnemers van het circulair ketensamenwerkingsverband;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de resultaten van het circulair ketenproject toegepast zullen worden;
f. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
g. de werkzaamheden aan het circulair ketenproject al zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend;
h. de activiteit recycling van textiel betreft en het project er niet op is gericht textielproducten die afvalstof zijn geworden te bewerken tot textielvezels die opnieuw toegepast worden in materialen voor kleding of huishoudtextiel;
i. in een vorig kalenderjaar subsidie op grond van artikel 2.3 voor een project in dezelfde product- of materiaalketen is toegekend aan een ketensamenwerkingsverband waarvan ten minste de helft van de deelnemers van het aanvragende ketensamenwerkingsverband deel uitmaakten;
j. in een vorig kalenderjaar subsidie is toegekend op grond van artikel 2.3 voor een project in dezelfde product- of materiaalketen aan een ander ketensamenwerkingsverband maar met dezelfde procesbegeleider en er onvoldoende sprake is van leereffect of nieuwheidsaspecten ten opzichte van dit eerdere project.
a. de datum waarop het circulair ketenproject start meer dan zes maanden na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag ligt;
b. de uitvoering van het circulair ketenproject meer dan twee jaar duurt;
c. één van de ondernemers in het circulair ketensamenwerkingsverband meer dan 70% van het totaal van de voor alle ondernemers in het circulair ketensamenwerkingsverband in aanmerking komende subsidiabele kosten voor zijn rekening neemt;
d. al eerder in hetzelfde kalenderjaar op grond van deze regeling subsidie is verstrekt aan één van de deelnemers van het circulair ketensamenwerkingsverband;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de resultaten van het circulair ketenproject toegepast zullen worden;
f. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
g. de werkzaamheden aan het circulair ketenproject al zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend;
h. de activiteit recycling van textiel betreft en het project er niet op is gericht textielproducten die afvalstof zijn geworden te bewerken tot textielvezels die opnieuw toegepast worden in materialen voor kleding of huishoudtextiel;
i. in een vorig kalenderjaar subsidie op grond van artikel 2.3 voor een project in dezelfde product- of materiaalketen is toegekend aan een ketensamenwerkingsverband waarvan ten minste de helft van de deelnemers van het aanvragende ketensamenwerkingsverband deel uitmaakten;
j. in een vorig kalenderjaar subsidie is toegekend op grond van artikel 2.3 voor een project in dezelfde product- of materiaalketen aan een ander ketensamenwerkingsverband maar met dezelfde procesbegeleider en er onvoldoende sprake is van leereffect of nieuwheidsaspecten ten opzichte van dit eerdere project.