BWBR0043251
Geldig vanaf 2025-01-30
Artikel 3.5
Subsidieregeling Circulaire Economie
1. De subsidiabele kosten voor een cio-project zijn:
a. de kosten van de voor het project noodzakelijke procesinnovatie of organisatie-innovatie;
b. aan derden betaalde kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden berekend door:
a. het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken eigen medewerkers ten behoeve van deze activiteiten maken te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 60 waarin zowel de directe loonkosten als de daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen, te vermeerderen met de kosten bedoeld in artikel 29, derde lid, onderdeel b tot en met d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; of
b. de directe loonkosten per uur te vermenigvuldigen met het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gemaakt, te vermeerderen met: 1°. een vaste opslag van 50% van de directe loonkosten;
2°. de kosten bedoeld in artikel 29, derde lid, onderdeel b tot en met d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, indien deze in de administratie te onderscheiden zijn.
1°. een vaste opslag van 50% van de directe loonkosten;
2°. de kosten bedoeld in artikel 29, derde lid, onderdeel b tot en met d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, indien deze in de administratie te onderscheiden zijn.
a. de kosten van de voor het project noodzakelijke procesinnovatie of organisatie-innovatie;
b. aan derden betaalde kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden berekend door:
a. het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken eigen medewerkers ten behoeve van deze activiteiten maken te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 60 waarin zowel de directe loonkosten als de daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen, te vermeerderen met de kosten bedoeld in artikel 29, derde lid, onderdeel b tot en met d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; of
b. de directe loonkosten per uur te vermenigvuldigen met het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gemaakt, te vermeerderen met: 1°. een vaste opslag van 50% van de directe loonkosten;
2°. de kosten bedoeld in artikel 29, derde lid, onderdeel b tot en met d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, indien deze in de administratie te onderscheiden zijn.
1°. een vaste opslag van 50% van de directe loonkosten;
2°. de kosten bedoeld in artikel 29, derde lid, onderdeel b tot en met d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, indien deze in de administratie te onderscheiden zijn.