BWBR0043251
Geldig vanaf 2025-01-30
Artikel 2.1
Subsidieregeling Circulaire Economie
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
afvalstof: stof als bedoeld in richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU 2008 L 312);
algemene de-minimisverordening:Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);
algemene groepsvrijstellingsverordening:Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
circulair ketenproject: samenhangend geheel van activiteiten van de ondernemers in een circulair ketensamenwerkingsverband, voor zover deze activiteiten rechtstreeks verbonden zijn aan de circulaire, nieuwheids- of samenwerkingsaspecten van de drempels of belemmeringen die de ondernemers moeten wegnemen om te komen tot het circulair ontwerpen, produceren of organiseren van producten, processen of diensten;
circulair ketensamenwerkingsverband: samenwerkingsverband bestaande uit ten minste drie en ten hoogste zes MKB-ondernemers, dan wel uit tenminste twee en ten hoogste vijf MKB-ondernemers met ten hoogste één grote ondernemer: a. dat ten doel heeft een circulair ketenproject uit te voeren;
b. met in ieder geval drie verschillende rollen in een product- of materiaalketen; en
c. die niet in een groep met elkaar verbonden zijn;
a. dat ten doel heeft een circulair ketenproject uit te voeren;
b. met in ieder geval drie verschillende rollen in een product- of materiaalketen; en
c. die niet in een groep met elkaar verbonden zijn;
daadwerkelijke samenwerking: samenwerking tussen onafhankelijke partijen om kennis of technologie uit te wisselen of een gemeenschappelijke doelstelling op basis van een taakverdeling te bereiken, waarbij de partijen samen de omvang van het samenwerkingsproject bepalen, bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan, en het risico en de resultaten ervan delen;
de-minimisplafond: totale bedrag aan de-minimissteun dat aan een onderneming mag worden verleend op grond van artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, van artikel 3, tweede lid, van de landbouw de-minimisverordening of van artikel 3, tweede lid, van de visserij de-minimisverordening;
groep: economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden: a. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: 1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
2°. volledig aansprakelijk vennoot is van, of
3°. overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
2°. volledig aansprakelijk vennoot is van, of
3°. overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
b. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
a. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: 1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
2°. volledig aansprakelijk vennoot is van, of
3°. overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
2°. volledig aansprakelijk vennoot is van, of
3°. overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
b. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
grote ondernemer: ondernemer die een grote onderneming in de zin van artikel 2, onderdeel 24, van de algemene groepsvrijstellingsverordening in stand houdt;
landbouw de-minimisverordening:Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);
MKB-ondernemer: ondernemer die een kleine onderneming of een middelgrote onderneming in de zin van artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening in stand houdt;
procesbegeleider: rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of natuurlijke persoon, met aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van circulaire economie, die volgens feitelijk handelen aantoonbaar minimaal één jaar ervaring heeft met het begeleiden van ondernemingen op het vlak van circulaire economie en die door de ondernemers in het circulair ketensamenwerkingsverband is aangesteld als begeleider van het circulair ketenproject;
verklaring de-minimissteun: verklaring van de subsidieaanvrager waarin deze bevestigt dat subsidieverstrekking niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond;
visserij de-minimisverordening:Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU 2014, L 190).
afvalstof: stof als bedoeld in richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU 2008 L 312);
algemene de-minimisverordening:Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);
algemene groepsvrijstellingsverordening:Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
circulair ketenproject: samenhangend geheel van activiteiten van de ondernemers in een circulair ketensamenwerkingsverband, voor zover deze activiteiten rechtstreeks verbonden zijn aan de circulaire, nieuwheids- of samenwerkingsaspecten van de drempels of belemmeringen die de ondernemers moeten wegnemen om te komen tot het circulair ontwerpen, produceren of organiseren van producten, processen of diensten;
circulair ketensamenwerkingsverband: samenwerkingsverband bestaande uit ten minste drie en ten hoogste zes MKB-ondernemers, dan wel uit tenminste twee en ten hoogste vijf MKB-ondernemers met ten hoogste één grote ondernemer: a. dat ten doel heeft een circulair ketenproject uit te voeren;
b. met in ieder geval drie verschillende rollen in een product- of materiaalketen; en
c. die niet in een groep met elkaar verbonden zijn;
a. dat ten doel heeft een circulair ketenproject uit te voeren;
b. met in ieder geval drie verschillende rollen in een product- of materiaalketen; en
c. die niet in een groep met elkaar verbonden zijn;
daadwerkelijke samenwerking: samenwerking tussen onafhankelijke partijen om kennis of technologie uit te wisselen of een gemeenschappelijke doelstelling op basis van een taakverdeling te bereiken, waarbij de partijen samen de omvang van het samenwerkingsproject bepalen, bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan, en het risico en de resultaten ervan delen;
de-minimisplafond: totale bedrag aan de-minimissteun dat aan een onderneming mag worden verleend op grond van artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, van artikel 3, tweede lid, van de landbouw de-minimisverordening of van artikel 3, tweede lid, van de visserij de-minimisverordening;
groep: economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden: a. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: 1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
2°. volledig aansprakelijk vennoot is van, of
3°. overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
2°. volledig aansprakelijk vennoot is van, of
3°. overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
b. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
a. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: 1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
2°. volledig aansprakelijk vennoot is van, of
3°. overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
2°. volledig aansprakelijk vennoot is van, of
3°. overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
b. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
grote ondernemer: ondernemer die een grote onderneming in de zin van artikel 2, onderdeel 24, van de algemene groepsvrijstellingsverordening in stand houdt;
landbouw de-minimisverordening:Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);
MKB-ondernemer: ondernemer die een kleine onderneming of een middelgrote onderneming in de zin van artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening in stand houdt;
procesbegeleider: rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of natuurlijke persoon, met aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van circulaire economie, die volgens feitelijk handelen aantoonbaar minimaal één jaar ervaring heeft met het begeleiden van ondernemingen op het vlak van circulaire economie en die door de ondernemers in het circulair ketensamenwerkingsverband is aangesteld als begeleider van het circulair ketenproject;
verklaring de-minimissteun: verklaring van de subsidieaanvrager waarin deze bevestigt dat subsidieverstrekking niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond;
visserij de-minimisverordening:Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU 2014, L 190).