BWBR0041776
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 7
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019
1. Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst.
2. Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.
3. Aan de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie en de directeur-generaal Klimaat en Energie wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017.
4. Aan de inspecteur-generaal der mijnen, de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, wordt, ieder voor zich, op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels.
5. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, en de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering wordt, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend voor het inschrijven van zijn dienst en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten, met inachtneming van door de secretaris-generaal gestelde regels.
2. Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.
3. Aan de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie en de directeur-generaal Klimaat en Energie wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017.
4. Aan de inspecteur-generaal der mijnen, de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, wordt, ieder voor zich, op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels.
5. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, en de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering wordt, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend voor het inschrijven van zijn dienst en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten, met inachtneming van door de secretaris-generaal gestelde regels.