BWBR0041776
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 26
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019
1. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het uitvoering geven aan hetgeen in de Verordening (EU) nr. 2017/1369 is bepaald ten aanzien van de handhavende maatregelen op het terrein van energie-etikettering.
2. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het voeren van de EZK brede regie en het zorg dragen van de opdrachtverstrekking en de uitvoering op het gebied van ‘specialties’ huisvesting, zoals inspectiekantoren, archiefopslag, laboratoria, waaronder begrepen het tekenen van de akte van ingebruikgeving met het Rijksvastgoedbedrijf, het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het op basis van rijksbeleid sturen van behoeftestellers op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed met uitzondering van de pied-à-terres van de politieke top.
3. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van taken waaronder het verlenen van ontheffingen, het nemen van maatregelen en het doen van aanwijzingen op het terrein van de Wet Implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntieen de daarmee samenhangende besluiten.
2. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het voeren van de EZK brede regie en het zorg dragen van de opdrachtverstrekking en de uitvoering op het gebied van ‘specialties’ huisvesting, zoals inspectiekantoren, archiefopslag, laboratoria, waaronder begrepen het tekenen van de akte van ingebruikgeving met het Rijksvastgoedbedrijf, het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het op basis van rijksbeleid sturen van behoeftestellers op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed met uitzondering van de pied-à-terres van de politieke top.
3. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van taken waaronder het verlenen van ontheffingen, het nemen van maatregelen en het doen van aanwijzingen op het terrein van de Wet Implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntieen de daarmee samenhangende besluiten.