BWBR0041776
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 6
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019
1. Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten;
b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
e. het vervangen van de secretaris-generaal in overleggen met de medezeggenschap en centrales van verenigingen van ambtenaren;
f. het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat door onder meer het voorzitten van de EZK CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders;
g. het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
h. het uitoefenen van bevoegdheden namens de Staat der Nederlanden in zijn hoedanigheid van aandeelhouder of die voortvloeien uit de zeggenschap over rechtspersonen;
i. het invulling geven aan de eigenaarsrol, voor zover hiervoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal of een hoofd van dienst, richting: 1°. het Adviescollege Veiligheid Groningen;
2°. de Autoriteit Consument en Markt;
3°. de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur;
4°. het Centraal Bureau voor de Statistiek;
5°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten;
6°. het Centraal Planbureau;
7°. de Dienst ICT Uitvoering;
8°. het Instituut Mijnbouwschade Groningen;
9°. de Kamer van Koophandel;
10°. de Nationaal Coördinator Groningen;
11°. de Nederlandse Emissieautoriteit;
12°. de Raad voor Accreditatie;
13°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
14°. het Staatstoezicht op de Mijnen;
15°. de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;
16°. de Wetenschappelijke Klimaatraad.
1°. het Adviescollege Veiligheid Groningen;
2°. de Autoriteit Consument en Markt;
3°. de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur;
4°. het Centraal Bureau voor de Statistiek;
5°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten;
6°. het Centraal Planbureau;
7°. de Dienst ICT Uitvoering;
8°. het Instituut Mijnbouwschade Groningen;
9°. de Kamer van Koophandel;
10°. de Nationaal Coördinator Groningen;
11°. de Nederlandse Emissieautoriteit;
12°. de Raad voor Accreditatie;
13°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
14°. het Staatstoezicht op de Mijnen;
15°. de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;
16°. de Wetenschappelijke Klimaatraad.
j. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
k. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers;
l. het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering topinkomens, het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid;
m. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
n. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
o. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
p. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels als bedoeld in artikel 14 van het Archiefbesluit 1995 en het vaststellen van selectielijsten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995;
q. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017;
r. het inschrijven in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten van: – het kernministerie, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
– de Dienst Nationaal Coördinator Groningen;
– het Staatstoezicht op de Mijnen;
– het Centraal Planbureau;
– de Autoriteit Consument en Markt;
– het Instituut Mijnbouwschade Groningen; en hun machtigingenbeheerders;
– het kernministerie, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
– de Dienst Nationaal Coördinator Groningen;
– het Staatstoezicht op de Mijnen;
– het Centraal Planbureau;
– de Autoriteit Consument en Markt;
– het Instituut Mijnbouwschade Groningen;
s. het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kernministerie, en van de buitendiensten, bedoeld in artikel I, derde lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aan agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen;
t. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende: 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
2. Onder eigenaarsrol in de zin van het eerste lid, onderdeel i, wordt in ieder geval verstaan:
a. het toezien op de bedrijfsvoering van de organisatie binnen de planning- en controlcyclus, en
b. het uitoefenen van bevoegdheden: 1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en commissies en colleges;
2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.
1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en commissies en colleges;
2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.
a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten;
b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
e. het vervangen van de secretaris-generaal in overleggen met de medezeggenschap en centrales van verenigingen van ambtenaren;
f. het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat door onder meer het voorzitten van de EZK CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders;
g. het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
h. het uitoefenen van bevoegdheden namens de Staat der Nederlanden in zijn hoedanigheid van aandeelhouder of die voortvloeien uit de zeggenschap over rechtspersonen;
i. het invulling geven aan de eigenaarsrol, voor zover hiervoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal of een hoofd van dienst, richting: 1°. het Adviescollege Veiligheid Groningen;
2°. de Autoriteit Consument en Markt;
3°. de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur;
4°. het Centraal Bureau voor de Statistiek;
5°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten;
6°. het Centraal Planbureau;
7°. de Dienst ICT Uitvoering;
8°. het Instituut Mijnbouwschade Groningen;
9°. de Kamer van Koophandel;
10°. de Nationaal Coördinator Groningen;
11°. de Nederlandse Emissieautoriteit;
12°. de Raad voor Accreditatie;
13°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
14°. het Staatstoezicht op de Mijnen;
15°. de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;
16°. de Wetenschappelijke Klimaatraad.
1°. het Adviescollege Veiligheid Groningen;
2°. de Autoriteit Consument en Markt;
3°. de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur;
4°. het Centraal Bureau voor de Statistiek;
5°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten;
6°. het Centraal Planbureau;
7°. de Dienst ICT Uitvoering;
8°. het Instituut Mijnbouwschade Groningen;
9°. de Kamer van Koophandel;
10°. de Nationaal Coördinator Groningen;
11°. de Nederlandse Emissieautoriteit;
12°. de Raad voor Accreditatie;
13°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
14°. het Staatstoezicht op de Mijnen;
15°. de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;
16°. de Wetenschappelijke Klimaatraad.
j. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
k. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers;
l. het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering topinkomens, het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid;
m. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
n. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
o. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
p. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels als bedoeld in artikel 14 van het Archiefbesluit 1995 en het vaststellen van selectielijsten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995;
q. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017;
r. het inschrijven in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten van: – het kernministerie, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
– de Dienst Nationaal Coördinator Groningen;
– het Staatstoezicht op de Mijnen;
– het Centraal Planbureau;
– de Autoriteit Consument en Markt;
– het Instituut Mijnbouwschade Groningen; en hun machtigingenbeheerders;
– het kernministerie, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
– de Dienst Nationaal Coördinator Groningen;
– het Staatstoezicht op de Mijnen;
– het Centraal Planbureau;
– de Autoriteit Consument en Markt;
– het Instituut Mijnbouwschade Groningen;
s. het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kernministerie, en van de buitendiensten, bedoeld in artikel I, derde lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aan agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen;
t. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende: 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
2. Onder eigenaarsrol in de zin van het eerste lid, onderdeel i, wordt in ieder geval verstaan:
a. het toezien op de bedrijfsvoering van de organisatie binnen de planning- en controlcyclus, en
b. het uitoefenen van bevoegdheden: 1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en commissies en colleges;
2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.
1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en commissies en colleges;
2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.