BWBR0041776
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 19
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019
1. De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zich, voor hun werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, en 8 tot en met 15, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen en aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.
2. Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:
a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd;
b. het verlenen van langdurend verlof, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
c. het opdragen van een andere functie;
d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
e. het toekennen van een hogere salarisschaal;
f. het toekennen van beloningen;
g. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen;
h. het treffen van ordemaatregelen, bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
i. het toekennen van een terugkeergarantie;
j. het afnemen van de eed en belofte;
k. het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met en het inlenen op basis van een uitzend- of detacheringsovereenkomst dan wel op basis van een overeenkomst van opdracht van een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt;
l. het behandelen en beslissen op aanvragen voor een RVU-uitkering.
3. De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. Een afschrift hiervan wordt aan de directeur Wetgeving en Juridische zaken toegezonden.
2. Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:
a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd;
b. het verlenen van langdurend verlof, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
c. het opdragen van een andere functie;
d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
e. het toekennen van een hogere salarisschaal;
f. het toekennen van beloningen;
g. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen;
h. het treffen van ordemaatregelen, bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
i. het toekennen van een terugkeergarantie;
j. het afnemen van de eed en belofte;
k. het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met en het inlenen op basis van een uitzend- of detacheringsovereenkomst dan wel op basis van een overeenkomst van opdracht van een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt;
l. het behandelen en beslissen op aanvragen voor een RVU-uitkering.
3. De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. Een afschrift hiervan wordt aan de directeur Wetgeving en Juridische zaken toegezonden.