BWBR0041776
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 13
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019
1. Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen in verband met:
a. de artikelen 50, en 51, derde lid, van de Mijnbouwwet;
b. de artikelen 22, 30, 35, derde lid, 51, vijfde lid, 85, 88, tweede lid, 90, 91, 97, 99, derde en vierde lid, 101, 104, eerste en tweede lid, 111, tweede lid, 112, tweede lid, 113, tweede lid, en 161a, vierde lid, van het Mijnbouwbesluit;
c. de Mijnbouwregeling, met uitzondering van de vergunningen bedoeld in paragraaf 1.3;
d. artikel 6.14 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
e. de artikelen 27 en 28 van de Wet windenergie op zee;
f. de artikelen 17.4, 17.10, eerste en tweede lid, 17.12, vierde tot en met zesde lid, 18.2, 18.2b, tweede lid, van de Wet Milieubeheer met betrekking tot mijnbouwwerken en windparken op zee;
g. artikel 1c, vierde en vijfde lid, van de Gaswet, voor zover het de handhaving betreft van de artikelen 8, 8a, 11 en 51 van de Gaswet ten aanzien van onderwerpen die betrekking hebben op veiligheid in verband met gas.
2. Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen in verband met de artikelen 4.1119, 4.1323, 4.1324, 4.1365, 4.1366, 6.47aen 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgevingen artikel 132 van de Mijnbouwwet.
3. Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben.
4. Voorts wordt aan de inspecteur-generaal der mijnen volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.
a. de artikelen 50, en 51, derde lid, van de Mijnbouwwet;
b. de artikelen 22, 30, 35, derde lid, 51, vijfde lid, 85, 88, tweede lid, 90, 91, 97, 99, derde en vierde lid, 101, 104, eerste en tweede lid, 111, tweede lid, 112, tweede lid, 113, tweede lid, en 161a, vierde lid, van het Mijnbouwbesluit;
c. de Mijnbouwregeling, met uitzondering van de vergunningen bedoeld in paragraaf 1.3;
d. artikel 6.14 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
e. de artikelen 27 en 28 van de Wet windenergie op zee;
f. de artikelen 17.4, 17.10, eerste en tweede lid, 17.12, vierde tot en met zesde lid, 18.2, 18.2b, tweede lid, van de Wet Milieubeheer met betrekking tot mijnbouwwerken en windparken op zee;
g. artikel 1c, vierde en vijfde lid, van de Gaswet, voor zover het de handhaving betreft van de artikelen 8, 8a, 11 en 51 van de Gaswet ten aanzien van onderwerpen die betrekking hebben op veiligheid in verband met gas.
2. Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen in verband met de artikelen 4.1119, 4.1323, 4.1324, 4.1365, 4.1366, 6.47aen 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgevingen artikel 132 van de Mijnbouwwet.
3. Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben.
4. Voorts wordt aan de inspecteur-generaal der mijnen volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.