BWBR0040072
Geldig vanaf 2021-01-15
Artikel 8
Subsidieregeling Demonstratie Klimaattechnologieën en – innovaties in transport
1. Onze Minister kan subsidie verstrekken voor een project proeftuin dat:
a. bijdraagt aan het realiseren van de doelstelling van deze regeling;
b. bijdraagt aan het versnellen van de ontwikkeling van: 1°. emissiearme vervoermiddelen voor vervoer over de weg van goederen met voertuigkwalificaties N1, N2, N3, L1 of L2;
2°. emissiearme vervoermiddelen voor vervoer over de weg van personen met voertuigkwalificaties M2 of M3;
3°. zero-emissie mobiele machines, of
4°. emissiearme vaartuigen;
1°. emissiearme vervoermiddelen voor vervoer over de weg van goederen met voertuigkwalificaties N1, N2, N3, L1 of L2;
2°. emissiearme vervoermiddelen voor vervoer over de weg van personen met voertuigkwalificaties M2 of M3;
3°. zero-emissie mobiele machines, of
4°. emissiearme vaartuigen;
c. bijdraagt aan de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen uit hernieuwbare bronnen;
d. voor wat betreft het projectonderdeel dat het project experimentele ontwikkeling inhoudt, voldoet aan artikel 6;
e. voor wat betreft een projectonderdeel dat een investering lokale infrastructuurvoorziening of een investering haveninfrastructuurvoorziening inhoudt, voldoet aan de in artikel 4, onderdelen c tot en met e, bedoelde voorwaarden;
f. voor wat betreft een projectonderdeel dat een investering milieubescherming inhoudt, voldoet aan artikel 10, en
g. in Nederland wordt uitgevoerd.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan subsidie voor een project, dat bijdraagt aan de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor waterstof, ook worden verstrekt voor:
a. een investering lokale infrastructuurvoorziening die gebruikt wordt voor waterstof uit niet-hernieuwbare bronnen, of
b. een investering haveninfrastructuurvoorziening die gebruikt wordt voor waterstof uit niet-hernieuwbare bronnen.
a. bijdraagt aan het realiseren van de doelstelling van deze regeling;
b. bijdraagt aan het versnellen van de ontwikkeling van: 1°. emissiearme vervoermiddelen voor vervoer over de weg van goederen met voertuigkwalificaties N1, N2, N3, L1 of L2;
2°. emissiearme vervoermiddelen voor vervoer over de weg van personen met voertuigkwalificaties M2 of M3;
3°. zero-emissie mobiele machines, of
4°. emissiearme vaartuigen;
1°. emissiearme vervoermiddelen voor vervoer over de weg van goederen met voertuigkwalificaties N1, N2, N3, L1 of L2;
2°. emissiearme vervoermiddelen voor vervoer over de weg van personen met voertuigkwalificaties M2 of M3;
3°. zero-emissie mobiele machines, of
4°. emissiearme vaartuigen;
c. bijdraagt aan de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen uit hernieuwbare bronnen;
d. voor wat betreft het projectonderdeel dat het project experimentele ontwikkeling inhoudt, voldoet aan artikel 6;
e. voor wat betreft een projectonderdeel dat een investering lokale infrastructuurvoorziening of een investering haveninfrastructuurvoorziening inhoudt, voldoet aan de in artikel 4, onderdelen c tot en met e, bedoelde voorwaarden;
f. voor wat betreft een projectonderdeel dat een investering milieubescherming inhoudt, voldoet aan artikel 10, en
g. in Nederland wordt uitgevoerd.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan subsidie voor een project, dat bijdraagt aan de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor waterstof, ook worden verstrekt voor:
a. een investering lokale infrastructuurvoorziening die gebruikt wordt voor waterstof uit niet-hernieuwbare bronnen, of
b. een investering haveninfrastructuurvoorziening die gebruikt wordt voor waterstof uit niet-hernieuwbare bronnen.