BWBR0040072
Geldig vanaf 2021-01-15
Artikel 19
Subsidieregeling Demonstratie Klimaattechnologieën en – innovaties in transport
1. Het maximale percentage subsidie en het maximale subsidiebedrag bedragen:
a. bij een project cofinanciering: maximaal 90 procent van het maximale bedrag als bedoeld in artikel 56, zesde lid, 56 ter, vierde lid of 56 quater, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 1.000.000,–, of maximaal € 1.620.000,– voor infrastructuur met lokale productie uit hernieuwbare energiebronnen, na aftrek van de Europese cofinanciering;
b. bij een project innovatiecluster: de maximale percentages genoemd in artikel 27, zesde en negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en gemiddeld maximaal € 150.000,–.
c. bij een project experimentele ontwikkeling: het maximale percentage genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van de in aanmerking komende kosten en: 1°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties N1, N2, N3, M2 of M3, maximaal € 500.000,–;
2°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties L1 of L2, maximaal € 150.000,–;
3°. voor emissiearme mobiele machines voor gebruik op luchthaventerreinen, maximaal € 250.000;
4°. voor zero-emissie mobiele machines, maximaal € 500.000,–;
5°. voor emissiearme vaartuigen, maximaal € 500.000,–;
1°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties N1, N2, N3, M2 of M3, maximaal € 500.000,–;
2°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties L1 of L2, maximaal € 150.000,–;
3°. voor emissiearme mobiele machines voor gebruik op luchthaventerreinen, maximaal € 250.000;
4°. voor zero-emissie mobiele machines, maximaal € 500.000,–;
5°. voor emissiearme vaartuigen, maximaal € 500.000,–;
d. bij een project haalbaarheidsstudie: het maximale percentage genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel d, en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van de in aanmerking komende kosten en: 1°. voor emissiearme vervoermiddelen maximaal € 50.000,–;
2°. voor emissiearme vliegtuigen maximaal € 80.000,–,
3°. indien er sprake is van een samenwerkingsverband van een of meerdere ondernemingen met een onderzoeksorganisatie of een niet-gouvernementele organisatie, ontvangt een of meer ondernemingen minimaal 20% van de totale subsidieverlening;
1°. voor emissiearme vervoermiddelen maximaal € 50.000,–;
2°. voor emissiearme vliegtuigen maximaal € 80.000,–,
3°. indien er sprake is van een samenwerkingsverband van een of meerdere ondernemingen met een onderzoeksorganisatie of een niet-gouvernementele organisatie, ontvangt een of meer ondernemingen minimaal 20% van de totale subsidieverlening;
e. bij een project proeftuin: 1°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties N1, N2, N3, M2 of M3, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 2.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen;
i. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen;
2°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties L1 of L2 de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 150.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 75.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 75.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. voor voertuigen voor gebruik op luchthaventerreinen, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 1.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor regionale luchthavens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 bis, elfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 500.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor regionale luchthavens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 bis, elfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 500.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
4°. voor zero-emissie mobiele machines, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 2.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
5°. voor emissiearme vaartuigen, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 1.800.000,– en: i. indien het project mede inhoudt steun voor havens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 ter, vierde lid, of 56 quater, vierde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor havens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 ter, vierde lid, of 56 quater, vierde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
1°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties N1, N2, N3, M2 of M3, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 2.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen;
i. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen;
2°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties L1 of L2 de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 150.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 75.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 75.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. voor voertuigen voor gebruik op luchthaventerreinen, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 1.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor regionale luchthavens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 bis, elfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 500.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor regionale luchthavens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 bis, elfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 500.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
4°. voor zero-emissie mobiele machines, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 2.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
5°. voor emissiearme vaartuigen, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 1.800.000,– en: i. indien het project mede inhoudt steun voor havens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 ter, vierde lid, of 56 quater, vierde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor havens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 ter, vierde lid, of 56 quater, vierde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. bij een project learning by using maximaal € 3.000.000,– waarbij: 1° voor het projectonderdeel experimentele ontwikkeling: de maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing zijn waarbij het maximale bedrag wordt berekend door het aantal projectdeelnemers te vermenigvuldigen met € 45.000,– en maximaal 15% van de totaal verleende subsidie, en
2°. voor het projectonderdeel investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing zijn met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen, en
3°. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is en maximaal € 900.000,– voor die investering.
1° voor het projectonderdeel experimentele ontwikkeling: de maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing zijn waarbij het maximale bedrag wordt berekend door het aantal projectdeelnemers te vermenigvuldigen met € 45.000,– en maximaal 15% van de totaal verleende subsidie, en
2°. voor het projectonderdeel investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing zijn met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen, en
3°. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is en maximaal € 900.000,– voor die investering.
2. Bij een investering lokale infrastructuurvoorziening bedraagt de subsidie maximaal het verschil tussen de subsidiabele kosten en de exploitatiewinst van de investering bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3. Bij steun voor havens bedraagt de subsidie maximaal het verschil tussen de subsidiabele kosten en de exploitatiewinst van de investering, bedoeld in artikel 56 ter, vierde lid, of 56 quater, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
4. Voor onderzoeksorganisaties en niet-gouvernementele organisaties, niet handelend als onderneming, geldt een maximaal percentage subsidie van 100%.
a. bij een project cofinanciering: maximaal 90 procent van het maximale bedrag als bedoeld in artikel 56, zesde lid, 56 ter, vierde lid of 56 quater, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 1.000.000,–, of maximaal € 1.620.000,– voor infrastructuur met lokale productie uit hernieuwbare energiebronnen, na aftrek van de Europese cofinanciering;
b. bij een project innovatiecluster: de maximale percentages genoemd in artikel 27, zesde en negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en gemiddeld maximaal € 150.000,–.
c. bij een project experimentele ontwikkeling: het maximale percentage genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van de in aanmerking komende kosten en: 1°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties N1, N2, N3, M2 of M3, maximaal € 500.000,–;
2°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties L1 of L2, maximaal € 150.000,–;
3°. voor emissiearme mobiele machines voor gebruik op luchthaventerreinen, maximaal € 250.000;
4°. voor zero-emissie mobiele machines, maximaal € 500.000,–;
5°. voor emissiearme vaartuigen, maximaal € 500.000,–;
1°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties N1, N2, N3, M2 of M3, maximaal € 500.000,–;
2°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties L1 of L2, maximaal € 150.000,–;
3°. voor emissiearme mobiele machines voor gebruik op luchthaventerreinen, maximaal € 250.000;
4°. voor zero-emissie mobiele machines, maximaal € 500.000,–;
5°. voor emissiearme vaartuigen, maximaal € 500.000,–;
d. bij een project haalbaarheidsstudie: het maximale percentage genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel d, en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van de in aanmerking komende kosten en: 1°. voor emissiearme vervoermiddelen maximaal € 50.000,–;
2°. voor emissiearme vliegtuigen maximaal € 80.000,–,
3°. indien er sprake is van een samenwerkingsverband van een of meerdere ondernemingen met een onderzoeksorganisatie of een niet-gouvernementele organisatie, ontvangt een of meer ondernemingen minimaal 20% van de totale subsidieverlening;
1°. voor emissiearme vervoermiddelen maximaal € 50.000,–;
2°. voor emissiearme vliegtuigen maximaal € 80.000,–,
3°. indien er sprake is van een samenwerkingsverband van een of meerdere ondernemingen met een onderzoeksorganisatie of een niet-gouvernementele organisatie, ontvangt een of meer ondernemingen minimaal 20% van de totale subsidieverlening;
e. bij een project proeftuin: 1°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties N1, N2, N3, M2 of M3, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 2.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen;
i. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen;
2°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties L1 of L2 de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 150.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 75.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 75.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. voor voertuigen voor gebruik op luchthaventerreinen, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 1.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor regionale luchthavens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 bis, elfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 500.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor regionale luchthavens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 bis, elfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 500.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
4°. voor zero-emissie mobiele machines, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 2.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
5°. voor emissiearme vaartuigen, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 1.800.000,– en: i. indien het project mede inhoudt steun voor havens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 ter, vierde lid, of 56 quater, vierde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor havens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 ter, vierde lid, of 56 quater, vierde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
1°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties N1, N2, N3, M2 of M3, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 2.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen;
i. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen;
2°. voor vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties L1 of L2 de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 150.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 75.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 75.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. voor voertuigen voor gebruik op luchthaventerreinen, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 1.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor regionale luchthavens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 bis, elfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 500.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor regionale luchthavens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 bis, elfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 500.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
4°. voor zero-emissie mobiele machines, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 2.000.000,–, en: i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
5°. voor emissiearme vaartuigen, de toepasselijke maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 1.800.000,– en: i. indien het project mede inhoudt steun voor havens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 ter, vierde lid, of 56 quater, vierde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. indien het project mede inhoudt steun voor havens: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56 ter, vierde lid, of 56 quater, vierde lid van de algemene groepsvrijstellingsverordening en maximaal € 900.000,– voor die investering, of
ii. indien het project mede inhoudt een investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. bij een project learning by using maximaal € 3.000.000,– waarbij: 1° voor het projectonderdeel experimentele ontwikkeling: de maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing zijn waarbij het maximale bedrag wordt berekend door het aantal projectdeelnemers te vermenigvuldigen met € 45.000,– en maximaal 15% van de totaal verleende subsidie, en
2°. voor het projectonderdeel investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing zijn met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen, en
3°. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is en maximaal € 900.000,– voor die investering.
1° voor het projectonderdeel experimentele ontwikkeling: de maximale bedragen en percentages als bedoeld en genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c, en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing zijn waarbij het maximale bedrag wordt berekend door het aantal projectdeelnemers te vermenigvuldigen met € 45.000,– en maximaal 15% van de totaal verleende subsidie, en
2°. voor het projectonderdeel investering milieubescherming: de maximale percentages bedoeld in artikel 36, zesde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing zijn met een maximum van 28% voor grote ondernemingen, 38% voor middelgrote ondernemingen en 48% voor kleine ondernemingen, en
3°. indien het project mede inhoudt een investering lokale infrastructuurvoorziening: het maximale bedrag bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is en maximaal € 900.000,– voor die investering.
2. Bij een investering lokale infrastructuurvoorziening bedraagt de subsidie maximaal het verschil tussen de subsidiabele kosten en de exploitatiewinst van de investering bedoeld in artikel 56, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3. Bij steun voor havens bedraagt de subsidie maximaal het verschil tussen de subsidiabele kosten en de exploitatiewinst van de investering, bedoeld in artikel 56 ter, vierde lid, of 56 quater, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
4. Voor onderzoeksorganisaties en niet-gouvernementele organisaties, niet handelend als onderneming, geldt een maximaal percentage subsidie van 100%.