Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
alternatieve brandstoffen: brandstoffen of energiebronnen die, althans gedeeltelijk, dienen als vervanging van fossiele bronnen in de energievoorziening voor vervoer en die ertoe kunnen bijdragen dat de energievoorziening koolstofvrij wordt en de milieuprestaties van de vervoersector verbeteren, waarbij biobrandstoffen voldoen aan artikel 29 van de Richtlijn hernieuwbare energie;
eerste inschrijving en tenaamstelling: eerste inschrijving en tenaamstelling als bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement;
emissiearme mobiele machine voor gebruik op luchthaventerreinen: gemotoriseerd voertuig, bestemd voor het verrichten van werkzaamheden op land en in de open lucht met uitzondering van landbouwwerkzaamheden, niet zijnde het vervoer van personen of goederen over het spoor of de openbare weg, dat is voorzien van een meerijdende bestuurdersplaats, en alleen op luchthaventerreinen wordt gebruikt, dat: a. beschikt over een elektrische aandrijflijn;
b. beschikt over een hybride aandrijflijn, of
c. geschikt is voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof, die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen;
a. beschikt over een elektrische aandrijflijn;
b. beschikt over een hybride aandrijflijn, of
c. geschikt is voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof, die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen;
emissiearm vaartuig: binnenschip als bedoeld in artikel 1 van de Binnenvaartwet, en vallend binnen de CEMT-klasse I tot en met V, niet zijnde een schip bestemd voor het vervoer van personen, of zeeschip, bestemd voor het vervoer van goederen, dat wordt ingezet voor short sea shipping, met een tonnage van minder dan 5000 GT en een lengte van minder dan 80 meter, dat: a. beschikt over een elektrische aandrijflijn;
b. beschikt over een hybride aandrijflijn, of
c. geschikt is voor het varen op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof, die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen;
a. beschikt over een elektrische aandrijflijn;
b. beschikt over een hybride aandrijflijn, of
c. geschikt is voor het varen op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof, die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen;
emissiearm vervoermiddel voor vervoer over de weg: – bestelbussen, met voertuigkwalificatie N, die beschikken over een elektrische aandrijflijn of een hybride aandrijflijn of geschikt zijn voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen en die voldoen aan de emissienormen van Euro 6d als bedoeld in Verordening (EG) nr. 715/2007 en Verordening (EG) nr. 692/2008, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 2016/646, en
– vrachtauto’s met voertuigkwalificatie N, die beschikken over een elektrische aandrijflijn, een hybride aandrijflijn, of geschikt zijn voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen, en voldoen aan de emissienormen van Euro VI als bedoeld in Verordening (EG) nr. 595/2009, en
– personenbussen met voertuigkwalificatie M bestemd voor openbaar vervoer, die beschikken over een elektrische aandrijflijn of een hybride aandrijflijn, en
– twee- en driewielige voertuigen, met voertuigkwalificatie L, die voorzien zijn van een elektrische hoofdaandrijving;
– bestelbussen, met voertuigkwalificatie N, die beschikken over een elektrische aandrijflijn of een hybride aandrijflijn of geschikt zijn voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen en die voldoen aan de emissienormen van Euro 6d als bedoeld in Verordening (EG) nr. 715/2007 en Verordening (EG) nr. 692/2008, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 2016/646, en
– vrachtauto’s met voertuigkwalificatie N, die beschikken over een elektrische aandrijflijn, een hybride aandrijflijn, of geschikt zijn voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen, en voldoen aan de emissienormen van Euro VI als bedoeld in Verordening (EG) nr. 595/2009, en
– personenbussen met voertuigkwalificatie M bestemd voor openbaar vervoer, die beschikken over een elektrische aandrijflijn of een hybride aandrijflijn, en
– twee- en driewielige voertuigen, met voertuigkwalificatie L, die voorzien zijn van een elektrische hoofdaandrijving;
emissiearm vliegtuig: vliegtuig of een subsysteem voor een vliegtuig dat beschikt over een volledig elektrische aandrijflijn of hybride aandrijflijn of geschikt is voor een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen en dat ingezet wordt voor bemand goederen- of personenvervoer in de burgerluchtvaart;
emissiearm vervoermiddel: emissiearm vaartuig, emissiearm vervoermiddel voor vervoer over de weg en zero-emissie mobiele machine;
groep: een economische eenheid, waarin twee of meer natuurlijke of privaatrechtelijke rechtspersonen financieel of organisatorisch zijn verbonden en waarbij een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, direct of indirect: a. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
b. volledig aansprakelijk vennoot is voor, of
c. overwegende zeggenschap heeft over, de gezamenlijke natuurlijke of rechtspersonen in de groep;
a. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
b. volledig aansprakelijk vennoot is voor, of
c. overwegende zeggenschap heeft over,
grote onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 24, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
haveninfrastructuur: infrastructuur en faciliteiten, als bedoeld in artikel 2, onderdeel 157 van de algemene groepsvrijstellingverordening, voor het verrichten van vervoer gerelateerde havendiensten, zoals ligplaatsen die voor het afmeren van schepen worden gebruikt, kademuren, aanlegsteigers en drijvende pontons in getijdegebieden, dokken, gedempte gronden en landaanwinningen, infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en ontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen;
hernieuwbare energiebronnen: energie uit hernieuwbare, niet-fossiele bronnen, te weten wind- en zonne-energie, aerothermische, geothermische en hydrothermische energie en energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogas;
investering haveninfrastructuurvoorziening: een investering in haveninfrastructuurvoorzieningen als bedoeld in de artikelen 56 ter en 56 quater van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van bouwen, vervangen of moderniseren van haveninfrastructuur of toegangsinfrastructuur;
investering lokale infrastructuurvoorziening: een investering in lokale infrastructuurvoorzieningen als bedoeld in artikel 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van het bouwen of upgraden van lokale infrastructuurvoorzieningen voor infrastructuur die op het lokale niveau bijdraagt tot het verbeteren van het ondernemings- en consumentenklimaat en het moderniseren en ontwikkelen van de industriële basis;
investering milieubescherming: een project inhoudende een investering in milieubescherming als bedoeld in artikel 36 en artikel 2, onderdeel 101, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van een maatregel die is gericht op preventie of herstel van aantastingen van de natuurlijke omgeving of de natuurlijke hulpbronnen door de eigen activiteiten van een begunstigde, op beperking van het risico op dergelijke aantastingen, dan wel op aanmoediging van een rationeler gebruik van die hulpbronnen, daaronder begrepen energiebesparende maatregelen en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen;
Kaderbesluit:Kaderbesluit subsidies I en M;
kleine of middelgrote onderneming: kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
lbu: learning by using;
lbu-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten;
luchthaveninfrastructuur: infrastructuur en uitrusting als bedoeld in artikel 2, onderdeel 144, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor het verrichten van luchthavendiensten door de luchthaven voor luchtvaartmaatschappijen en de diverse dienstverrichters, met inbegrip van start- en landingsbanen, terminals, platforms, taxibanen, gecentraliseerde grondafhandelingsinfrastructuur en alle andere voorzieningen die de luchthavendiensten rechtstreeks ondersteunen, evenwel met uitsluiting van infrastructuur en uitrusting die in hoofdzaak noodzakelijk is voor het uitoefenen van niet-luchtvaart gebonden activiteiten;
Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
niet-gouvernementele organisatie: een niet op winst gerichte organisatie die onafhankelijk is van de overheid en beschikt over rechtspersoonlijkheid;
onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in artikel 2, onderdeel 83, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, die voldoet aan een van de volgende voorwaarden: a. de organisatie is onder a, b, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemd als instelling voor hoger onderwijs;
b. de organisatie is een andere dan de onder a bedoelde geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksorganisatie die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
c. de organisatie is een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs gelijkwaardig aan een instelling als bedoeld onder a, of
d. de organisatie is een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde onderzoeksinstelling die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
a. de organisatie is onder a, b, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemd als instelling voor hoger onderwijs;
b. de organisatie is een andere dan de onder a bedoelde geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksorganisatie die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
c. de organisatie is een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs gelijkwaardig aan een instelling als bedoeld onder a, of
d. de organisatie is een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde onderzoeksinstelling die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
project cofinanciering: een investering in lokale infrastructuurvoorzieningen of een investering in haveninfrastructuurvoorzieningen die valt binnen het niet gesubsidieerde deel van een plan waarvoor ten dele subsidie vanuit een Europees subsidieprogramma van de Europese Unie is toegekend;
project experimentele ontwikkeling: een project inhoudende experimentele ontwikkeling, bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening waarbij sprake is van het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten;
project haalbaarheidsstudie: een project inhoudende een haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van een onderzoek of analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico’s in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat de uiteindelijke slaagkansen zijn;
project innovatiecluster: het organiseren van een innovatiecluster als bedoeld in artikel 2, onderdeel 92, en artikel 27 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van een structuur of georganiseerde groepering van onafhankelijke partijen die tot doel hebben innovatieve activiteiten te stimuleren door het delen van faciliteiten en de uitwisseling van kennis en deskundigheid te bevorderen, en door daadwerkelijk bij te dragen aan technologieoverdracht, netwerking, informatieverspreiding en samenwerking tussen de ondernemingen en andere organisaties binnen het cluster;
project learning by using: een project experimentele ontwikkeling, dat bestaat uit het ontwikkelen van een nieuw of verbeterd procedé dat wordt gecombineerd met een investering milieubescherming of dat wordt gecombineerd met een investering milieubescherming en een investering lokale infrastructuur;
project proeftuin: een project experimentele ontwikkeling, dat bestaat uit het ontwikkelen van een nieuw of verbeterd product of nieuwe of vernieuwde dienst dat wordt gecombineerd met een investering lokale infrastructuur, een investering haveninfrastructuur, een investering milieubescherming of een combinatie hiervan;
Richtlijn hernieuwbare energie:Richtlijn 2018/2001/EU van het Europees parlement en de raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (herschikking) (PbEU 2018, L 328);
Verordening (EG) nr. 715/2007 en Verordening (EG) nr. 692/2008, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 2016/646:Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEU 2007, L 171) en Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEU 2008, L 199), als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 2016/646 van de Commissie van 20 april 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008 wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6) betreft (PbEU 2016, L 109);
Verordening (EG) 595/2009:Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (PbEU 2009, L 188);
voertuigkwalificaties L, L1 en L2: voertuigkwalificatie L als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60);
Voertuigkwalificaties M, M2, M3, N, N1, N2 en N3: de voertuigkwalificaties M en N als bedoeld in bijlage II, onderdeel A, van de Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn)(PbEU 2007, L 263);
voertuig voor gebruik op luchthaventerreinen: emissiearme mobiele machine, die alleen op luchthaventerreinen wordt gebruikt;
zero-emissie mobiele machine: voer- of vaartuig, dat door ten minste een persoon in, op of naast het voertuig wordt bestuurd: a. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig, bestemd is voor het verrichten van bouwwerkzaamheden op land, op water en in de open lucht met uitzondering van landbouwwerkzaamheden;
b. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig niet bestemd is voor het vervoer van personen of goederen over spoor, water of openbare weg;
c. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig voorzien is van een of meer aandrijfmotoren, maar geen uitstoot heeft van verontreinigende gassen of deeltjes, zoals gedefinieerd in verordening 2016/1628 EU, waarbij de vergelijkbare gangbare modellen wel onder de werkingssfeer van deze verordening vallen en wel deze uitstoot hebben, en
d. ook zijn inbegrepen voertuigen, die bestaan uit een of meer mobiele machines, die zijn gemonteerd op het chassis van voertuigen bestemd voor goederenvervoer over de weg in de voertuigcategorieën N2 of N3, waarbij voor de opbouw het onder c bepaalde van toepassing is en ook het chassisvoertuig geen schadelijke stoffen uitstoot.
a. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig, bestemd is voor het verrichten van bouwwerkzaamheden op land, op water en in de open lucht met uitzondering van landbouwwerkzaamheden;
b. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig niet bestemd is voor het vervoer van personen of goederen over spoor, water of openbare weg;
c. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig voorzien is van een of meer aandrijfmotoren, maar geen uitstoot heeft van verontreinigende gassen of deeltjes, zoals gedefinieerd in verordening 2016/1628 EU, waarbij de vergelijkbare gangbare modellen wel onder de werkingssfeer van deze verordening vallen en wel deze uitstoot hebben, en
d. ook zijn inbegrepen voertuigen, die bestaan uit een of meer mobiele machines, die zijn gemonteerd op het chassis van voertuigen bestemd voor goederenvervoer over de weg in de voertuigcategorieën N2 of N3, waarbij voor de opbouw het onder c bepaalde van toepassing is en ook het chassisvoertuig geen schadelijke stoffen uitstoot.
alternatieve brandstoffen: brandstoffen of energiebronnen die, althans gedeeltelijk, dienen als vervanging van fossiele bronnen in de energievoorziening voor vervoer en die ertoe kunnen bijdragen dat de energievoorziening koolstofvrij wordt en de milieuprestaties van de vervoersector verbeteren, waarbij biobrandstoffen voldoen aan artikel 29 van de Richtlijn hernieuwbare energie;
eerste inschrijving en tenaamstelling: eerste inschrijving en tenaamstelling als bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement;
emissiearme mobiele machine voor gebruik op luchthaventerreinen: gemotoriseerd voertuig, bestemd voor het verrichten van werkzaamheden op land en in de open lucht met uitzondering van landbouwwerkzaamheden, niet zijnde het vervoer van personen of goederen over het spoor of de openbare weg, dat is voorzien van een meerijdende bestuurdersplaats, en alleen op luchthaventerreinen wordt gebruikt, dat: a. beschikt over een elektrische aandrijflijn;
b. beschikt over een hybride aandrijflijn, of
c. geschikt is voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof, die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen;
a. beschikt over een elektrische aandrijflijn;
b. beschikt over een hybride aandrijflijn, of
c. geschikt is voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof, die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen;
emissiearm vaartuig: binnenschip als bedoeld in artikel 1 van de Binnenvaartwet, en vallend binnen de CEMT-klasse I tot en met V, niet zijnde een schip bestemd voor het vervoer van personen, of zeeschip, bestemd voor het vervoer van goederen, dat wordt ingezet voor short sea shipping, met een tonnage van minder dan 5000 GT en een lengte van minder dan 80 meter, dat: a. beschikt over een elektrische aandrijflijn;
b. beschikt over een hybride aandrijflijn, of
c. geschikt is voor het varen op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof, die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen;
a. beschikt over een elektrische aandrijflijn;
b. beschikt over een hybride aandrijflijn, of
c. geschikt is voor het varen op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof, die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen;
emissiearm vervoermiddel voor vervoer over de weg: – bestelbussen, met voertuigkwalificatie N, die beschikken over een elektrische aandrijflijn of een hybride aandrijflijn of geschikt zijn voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen en die voldoen aan de emissienormen van Euro 6d als bedoeld in Verordening (EG) nr. 715/2007 en Verordening (EG) nr. 692/2008, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 2016/646, en
– vrachtauto’s met voertuigkwalificatie N, die beschikken over een elektrische aandrijflijn, een hybride aandrijflijn, of geschikt zijn voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen, en voldoen aan de emissienormen van Euro VI als bedoeld in Verordening (EG) nr. 595/2009, en
– personenbussen met voertuigkwalificatie M bestemd voor openbaar vervoer, die beschikken over een elektrische aandrijflijn of een hybride aandrijflijn, en
– twee- en driewielige voertuigen, met voertuigkwalificatie L, die voorzien zijn van een elektrische hoofdaandrijving;
– bestelbussen, met voertuigkwalificatie N, die beschikken over een elektrische aandrijflijn of een hybride aandrijflijn of geschikt zijn voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen en die voldoen aan de emissienormen van Euro 6d als bedoeld in Verordening (EG) nr. 715/2007 en Verordening (EG) nr. 692/2008, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 2016/646, en
– vrachtauto’s met voertuigkwalificatie N, die beschikken over een elektrische aandrijflijn, een hybride aandrijflijn, of geschikt zijn voor het rijden op een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen, en voldoen aan de emissienormen van Euro VI als bedoeld in Verordening (EG) nr. 595/2009, en
– personenbussen met voertuigkwalificatie M bestemd voor openbaar vervoer, die beschikken over een elektrische aandrijflijn of een hybride aandrijflijn, en
– twee- en driewielige voertuigen, met voertuigkwalificatie L, die voorzien zijn van een elektrische hoofdaandrijving;
emissiearm vliegtuig: vliegtuig of een subsysteem voor een vliegtuig dat beschikt over een volledig elektrische aandrijflijn of hybride aandrijflijn of geschikt is voor een brandstofmengsel dat voor ten minste 30 procent bestaat uit een alternatieve brandstof die volledig is gemaakt met behulp van hernieuwbare energiebronnen en dat ingezet wordt voor bemand goederen- of personenvervoer in de burgerluchtvaart;
emissiearm vervoermiddel: emissiearm vaartuig, emissiearm vervoermiddel voor vervoer over de weg en zero-emissie mobiele machine;
groep: een economische eenheid, waarin twee of meer natuurlijke of privaatrechtelijke rechtspersonen financieel of organisatorisch zijn verbonden en waarbij een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, direct of indirect: a. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
b. volledig aansprakelijk vennoot is voor, of
c. overwegende zeggenschap heeft over, de gezamenlijke natuurlijke of rechtspersonen in de groep;
a. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
b. volledig aansprakelijk vennoot is voor, of
c. overwegende zeggenschap heeft over,
grote onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 24, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
haveninfrastructuur: infrastructuur en faciliteiten, als bedoeld in artikel 2, onderdeel 157 van de algemene groepsvrijstellingverordening, voor het verrichten van vervoer gerelateerde havendiensten, zoals ligplaatsen die voor het afmeren van schepen worden gebruikt, kademuren, aanlegsteigers en drijvende pontons in getijdegebieden, dokken, gedempte gronden en landaanwinningen, infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en ontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen;
hernieuwbare energiebronnen: energie uit hernieuwbare, niet-fossiele bronnen, te weten wind- en zonne-energie, aerothermische, geothermische en hydrothermische energie en energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogas;
investering haveninfrastructuurvoorziening: een investering in haveninfrastructuurvoorzieningen als bedoeld in de artikelen 56 ter en 56 quater van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van bouwen, vervangen of moderniseren van haveninfrastructuur of toegangsinfrastructuur;
investering lokale infrastructuurvoorziening: een investering in lokale infrastructuurvoorzieningen als bedoeld in artikel 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van het bouwen of upgraden van lokale infrastructuurvoorzieningen voor infrastructuur die op het lokale niveau bijdraagt tot het verbeteren van het ondernemings- en consumentenklimaat en het moderniseren en ontwikkelen van de industriële basis;
investering milieubescherming: een project inhoudende een investering in milieubescherming als bedoeld in artikel 36 en artikel 2, onderdeel 101, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van een maatregel die is gericht op preventie of herstel van aantastingen van de natuurlijke omgeving of de natuurlijke hulpbronnen door de eigen activiteiten van een begunstigde, op beperking van het risico op dergelijke aantastingen, dan wel op aanmoediging van een rationeler gebruik van die hulpbronnen, daaronder begrepen energiebesparende maatregelen en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen;
Kaderbesluit:Kaderbesluit subsidies I en M;
kleine of middelgrote onderneming: kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
lbu: learning by using;
lbu-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten;
luchthaveninfrastructuur: infrastructuur en uitrusting als bedoeld in artikel 2, onderdeel 144, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor het verrichten van luchthavendiensten door de luchthaven voor luchtvaartmaatschappijen en de diverse dienstverrichters, met inbegrip van start- en landingsbanen, terminals, platforms, taxibanen, gecentraliseerde grondafhandelingsinfrastructuur en alle andere voorzieningen die de luchthavendiensten rechtstreeks ondersteunen, evenwel met uitsluiting van infrastructuur en uitrusting die in hoofdzaak noodzakelijk is voor het uitoefenen van niet-luchtvaart gebonden activiteiten;
Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
niet-gouvernementele organisatie: een niet op winst gerichte organisatie die onafhankelijk is van de overheid en beschikt over rechtspersoonlijkheid;
onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in artikel 2, onderdeel 83, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, die voldoet aan een van de volgende voorwaarden: a. de organisatie is onder a, b, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemd als instelling voor hoger onderwijs;
b. de organisatie is een andere dan de onder a bedoelde geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksorganisatie die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
c. de organisatie is een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs gelijkwaardig aan een instelling als bedoeld onder a, of
d. de organisatie is een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde onderzoeksinstelling die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
a. de organisatie is onder a, b, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemd als instelling voor hoger onderwijs;
b. de organisatie is een andere dan de onder a bedoelde geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksorganisatie die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
c. de organisatie is een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs gelijkwaardig aan een instelling als bedoeld onder a, of
d. de organisatie is een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde onderzoeksinstelling die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
project cofinanciering: een investering in lokale infrastructuurvoorzieningen of een investering in haveninfrastructuurvoorzieningen die valt binnen het niet gesubsidieerde deel van een plan waarvoor ten dele subsidie vanuit een Europees subsidieprogramma van de Europese Unie is toegekend;
project experimentele ontwikkeling: een project inhoudende experimentele ontwikkeling, bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening waarbij sprake is van het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten;
project haalbaarheidsstudie: een project inhoudende een haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van een onderzoek of analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico’s in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat de uiteindelijke slaagkansen zijn;
project innovatiecluster: het organiseren van een innovatiecluster als bedoeld in artikel 2, onderdeel 92, en artikel 27 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van een structuur of georganiseerde groepering van onafhankelijke partijen die tot doel hebben innovatieve activiteiten te stimuleren door het delen van faciliteiten en de uitwisseling van kennis en deskundigheid te bevorderen, en door daadwerkelijk bij te dragen aan technologieoverdracht, netwerking, informatieverspreiding en samenwerking tussen de ondernemingen en andere organisaties binnen het cluster;
project learning by using: een project experimentele ontwikkeling, dat bestaat uit het ontwikkelen van een nieuw of verbeterd procedé dat wordt gecombineerd met een investering milieubescherming of dat wordt gecombineerd met een investering milieubescherming en een investering lokale infrastructuur;
project proeftuin: een project experimentele ontwikkeling, dat bestaat uit het ontwikkelen van een nieuw of verbeterd product of nieuwe of vernieuwde dienst dat wordt gecombineerd met een investering lokale infrastructuur, een investering haveninfrastructuur, een investering milieubescherming of een combinatie hiervan;
Richtlijn hernieuwbare energie:Richtlijn 2018/2001/EU van het Europees parlement en de raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (herschikking) (PbEU 2018, L 328);
Verordening (EG) nr. 715/2007 en Verordening (EG) nr. 692/2008, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 2016/646:Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEU 2007, L 171) en Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEU 2008, L 199), als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 2016/646 van de Commissie van 20 april 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008 wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6) betreft (PbEU 2016, L 109);
Verordening (EG) 595/2009:Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (PbEU 2009, L 188);
voertuigkwalificaties L, L1 en L2: voertuigkwalificatie L als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60);
Voertuigkwalificaties M, M2, M3, N, N1, N2 en N3: de voertuigkwalificaties M en N als bedoeld in bijlage II, onderdeel A, van de Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn)(PbEU 2007, L 263);
voertuig voor gebruik op luchthaventerreinen: emissiearme mobiele machine, die alleen op luchthaventerreinen wordt gebruikt;
zero-emissie mobiele machine: voer- of vaartuig, dat door ten minste een persoon in, op of naast het voertuig wordt bestuurd: a. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig, bestemd is voor het verrichten van bouwwerkzaamheden op land, op water en in de open lucht met uitzondering van landbouwwerkzaamheden;
b. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig niet bestemd is voor het vervoer van personen of goederen over spoor, water of openbare weg;
c. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig voorzien is van een of meer aandrijfmotoren, maar geen uitstoot heeft van verontreinigende gassen of deeltjes, zoals gedefinieerd in verordening 2016/1628 EU, waarbij de vergelijkbare gangbare modellen wel onder de werkingssfeer van deze verordening vallen en wel deze uitstoot hebben, en
d. ook zijn inbegrepen voertuigen, die bestaan uit een of meer mobiele machines, die zijn gemonteerd op het chassis van voertuigen bestemd voor goederenvervoer over de weg in de voertuigcategorieën N2 of N3, waarbij voor de opbouw het onder c bepaalde van toepassing is en ook het chassisvoertuig geen schadelijke stoffen uitstoot.
a. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig, bestemd is voor het verrichten van bouwwerkzaamheden op land, op water en in de open lucht met uitzondering van landbouwwerkzaamheden;
b. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig niet bestemd is voor het vervoer van personen of goederen over spoor, water of openbare weg;
c. waarvoor geldt dat het voer- of vaartuig voorzien is van een of meer aandrijfmotoren, maar geen uitstoot heeft van verontreinigende gassen of deeltjes, zoals gedefinieerd in verordening 2016/1628 EU, waarbij de vergelijkbare gangbare modellen wel onder de werkingssfeer van deze verordening vallen en wel deze uitstoot hebben, en
d. ook zijn inbegrepen voertuigen, die bestaan uit een of meer mobiele machines, die zijn gemonteerd op het chassis van voertuigen bestemd voor goederenvervoer over de weg in de voertuigcategorieën N2 of N3, waarbij voor de opbouw het onder c bepaalde van toepassing is en ook het chassisvoertuig geen schadelijke stoffen uitstoot.