BWBR0040072
Geldig vanaf 2021-01-15
Artikel 12
Subsidieregeling Demonstratie Klimaattechnologieën en – innovaties in transport
1. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in artikel 4bedraagt voor 2021 € 8.000.000,–.
2. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in artikel 5bedraagt voor 2021 € 450.000,–.
3. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in de artikel 6voor emissiearme mobiele machines voor gebruik op luchthaventerreinen, bedraagt voor 2021 € 250.000,–.
4. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in de artikelen 6en 8voor:
a. vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties N1, N2 of N3, bedraagt gezamenlijk voor 2021 € 9.300.000,–;
b. vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties M2 of M3, bedraagt gezamenlijk voor 2021 € 4.500.000,–;
c. vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties L1 of L2, bedraagt gezamenlijk voor 2021 € 430.000,–;
d. zero-emissie mobiele machines, bedraagt gezamenlijk voor 2021 € 11.400.000,–;
e. emissiearme vaartuigen, bedraagt gezamenlijk voor 2021 € 1.800.000,–.
5. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in artikel 7voor:
a. projecten gericht op de ontwikkeling van emissiearme vervoermiddelen bedraagt voor 2021 € 400.000,–;
b. projecten gericht op de ontwikkeling van emissiearme vliegtuigen bedraagt voor 2021 € 320.000,–.
6. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in artikel 8abedraagt voor 2021 € 11.000.000,–.
7. De Minister stelt het subsidieplafond voor de jaren na 2018 vast en maakt dit bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld.
8. Indien een subsidieplafond niet volledig wordt benut in het tijdvak waarvoor het is vastgesteld, stelt de Minister het resterende bedrag beschikbaar voor aanvragen vallend onder een subsidieplafond dat reeds voor het aflopen van het tijdvak volledig is uitgeput.
2. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in artikel 5bedraagt voor 2021 € 450.000,–.
3. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in de artikel 6voor emissiearme mobiele machines voor gebruik op luchthaventerreinen, bedraagt voor 2021 € 250.000,–.
4. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in de artikelen 6en 8voor:
a. vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties N1, N2 of N3, bedraagt gezamenlijk voor 2021 € 9.300.000,–;
b. vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties M2 of M3, bedraagt gezamenlijk voor 2021 € 4.500.000,–;
c. vervoermiddelen met de voertuigkwalificaties L1 of L2, bedraagt gezamenlijk voor 2021 € 430.000,–;
d. zero-emissie mobiele machines, bedraagt gezamenlijk voor 2021 € 11.400.000,–;
e. emissiearme vaartuigen, bedraagt gezamenlijk voor 2021 € 1.800.000,–.
5. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in artikel 7voor:
a. projecten gericht op de ontwikkeling van emissiearme vervoermiddelen bedraagt voor 2021 € 400.000,–;
b. projecten gericht op de ontwikkeling van emissiearme vliegtuigen bedraagt voor 2021 € 320.000,–.
6. Het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in artikel 8abedraagt voor 2021 € 11.000.000,–.
7. De Minister stelt het subsidieplafond voor de jaren na 2018 vast en maakt dit bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld.
8. Indien een subsidieplafond niet volledig wordt benut in het tijdvak waarvoor het is vastgesteld, stelt de Minister het resterende bedrag beschikbaar voor aanvragen vallend onder een subsidieplafond dat reeds voor het aflopen van het tijdvak volledig is uitgeput.