BWBR0040072
Geldig vanaf 2021-01-15
Artikel 24
Subsidieregeling Demonstratie Klimaattechnologieën en – innovaties in transport
1. De subsidieontvanger dient, onverminderd het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0036381" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 8 van het Kaderbesluit</a>, middels een jaarrapport en een eindrapport met een openbaar gedeelte verslag te doen van de mate waarin het project heeft bijgedragen aan de doelen van deze regeling zoals opgenomen in artikel 3en de artikelen 4 tot en met 10.
2. In het verslag als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval opgenomen:
a. de mate waarin technologische belemmeringen zijn opgelost;
b. de mate waarin organisatorische belemmeringen zijn opgelost;
c. de mate waarin wet- en regelgeving als belemmerend is ervaren;
d. de invloed die het project heeft gehad op energieverbruik, emissies, kostprijs en toepasbaarheid van de innovatieve techniek ten opzichte van het conventionele alternatief waarvoor deze in de plaats komt.
3. Bij een project learning by using zijn de ondernemingen in het lbu-samenwerkingsverband verplicht:
a. aan te tonen dat de eerste inschrijving en tenaamstelling van de emissiearme vervoermiddelen plaatsvindt na de datum van indiening van de aanvraag;
b. er zorg voor te dragen dat de emissiearme vervoermiddelen gedurende twee jaar vanaf de datum van de eerste inschrijving en tenaamstelling en gedurende de looptijd van het project: 1°. ononderbroken op naam van de betreffende onderneming zijn gesteld, of
2° ononderbroken op naam van de leasemaatschappij zijn gesteld, waarbij de onderneming die het vervoermiddel least deze ononderbroken voor een periode van twee jaar least;
1°. ononderbroken op naam van de betreffende onderneming zijn gesteld, of
2° ononderbroken op naam van de leasemaatschappij zijn gesteld, waarbij de onderneming die het vervoermiddel least deze ononderbroken voor een periode van twee jaar least;
c. onverwijld schriftelijk mededeling te doen aan de Minister indien er minder emissiearme vervoermiddelen worden aangeschaft dan waarvoor subsidie is verleend.
4. De verplichting van het derde lid, onderdeel b, geldt niet indien de subsidieontvanger een emissiearm vervoermiddel vervangt door een ander nieuw emissiearm vervoermiddel dat ook in aanmerking zou zijn gekomen voor subsidie op grond van deze regeling en dit andere vervoermiddel gedurende de nog resterende termijn van de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde periode op zijn naam is gesteld.
2. In het verslag als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval opgenomen:
a. de mate waarin technologische belemmeringen zijn opgelost;
b. de mate waarin organisatorische belemmeringen zijn opgelost;
c. de mate waarin wet- en regelgeving als belemmerend is ervaren;
d. de invloed die het project heeft gehad op energieverbruik, emissies, kostprijs en toepasbaarheid van de innovatieve techniek ten opzichte van het conventionele alternatief waarvoor deze in de plaats komt.
3. Bij een project learning by using zijn de ondernemingen in het lbu-samenwerkingsverband verplicht:
a. aan te tonen dat de eerste inschrijving en tenaamstelling van de emissiearme vervoermiddelen plaatsvindt na de datum van indiening van de aanvraag;
b. er zorg voor te dragen dat de emissiearme vervoermiddelen gedurende twee jaar vanaf de datum van de eerste inschrijving en tenaamstelling en gedurende de looptijd van het project: 1°. ononderbroken op naam van de betreffende onderneming zijn gesteld, of
2° ononderbroken op naam van de leasemaatschappij zijn gesteld, waarbij de onderneming die het vervoermiddel least deze ononderbroken voor een periode van twee jaar least;
1°. ononderbroken op naam van de betreffende onderneming zijn gesteld, of
2° ononderbroken op naam van de leasemaatschappij zijn gesteld, waarbij de onderneming die het vervoermiddel least deze ononderbroken voor een periode van twee jaar least;
c. onverwijld schriftelijk mededeling te doen aan de Minister indien er minder emissiearme vervoermiddelen worden aangeschaft dan waarvoor subsidie is verleend.
4. De verplichting van het derde lid, onderdeel b, geldt niet indien de subsidieontvanger een emissiearm vervoermiddel vervangt door een ander nieuw emissiearm vervoermiddel dat ook in aanmerking zou zijn gekomen voor subsidie op grond van deze regeling en dit andere vervoermiddel gedurende de nog resterende termijn van de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde periode op zijn naam is gesteld.