BWBR0040061
Geldig vanaf 2017-10-11
Artikel 10
Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017
1. Indien de werkgever een bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in de artikelen 1en 3, wordt hem tevens een last onder dwangsom opgelegd. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel.
[tabel]
2. Indien de werkgever een bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 4, wordt hem tevens een last onder dwangsom opgelegd. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel.
[tabel]
3. De last onder dwangsom, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt niet opgelegd, indien de werkgever uit eigen beweging aan zijn verplichtingen heeft voldaan en daarvan binnen vier weken na het constateren van de overtreding schriftelijk bewijs heeft geleverd.
4. Het maximale bedrag dat een werkgever per werknemer aan dwangsom kan verbeuren bedraagt € 40.000,–.
5. Aan de werkgever wordt geen last onder dwangsom opgelegd indien:
a. de overtreding de verrekening van teveel betaald loon betreft;
b. de overtreding de verrekening van een contant voorschot betreft.
6. In afwijking van het eerste lid, wordt een werkgever uitsluitend een last onder dwangsom opgelegd indien hij in de periode tussen 1 januari 2017 en de dag voor de dag van inwerkingtreding van deze beleidsregel in strijd met <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>inhoudt op of verrekent met het minimumloon, maar niet langer inhoudt op of verrekent met het minimumloon op of na de dag van inwerkingtreding van deze beleidsregel. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de tabel in het eerste lid.
[tabel]
2. Indien de werkgever een bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 4, wordt hem tevens een last onder dwangsom opgelegd. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel.
[tabel]
3. De last onder dwangsom, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt niet opgelegd, indien de werkgever uit eigen beweging aan zijn verplichtingen heeft voldaan en daarvan binnen vier weken na het constateren van de overtreding schriftelijk bewijs heeft geleverd.
4. Het maximale bedrag dat een werkgever per werknemer aan dwangsom kan verbeuren bedraagt € 40.000,–.
5. Aan de werkgever wordt geen last onder dwangsom opgelegd indien:
a. de overtreding de verrekening van teveel betaald loon betreft;
b. de overtreding de verrekening van een contant voorschot betreft.
6. In afwijking van het eerste lid, wordt een werkgever uitsluitend een last onder dwangsom opgelegd indien hij in de periode tussen 1 januari 2017 en de dag voor de dag van inwerkingtreding van deze beleidsregel in strijd met <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>inhoudt op of verrekent met het minimumloon, maar niet langer inhoudt op of verrekent met het minimumloon op of na de dag van inwerkingtreding van deze beleidsregel. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de tabel in het eerste lid.