BWBR0002638
Geldig vanaf 1969-02-23
Artikel 13
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
1. Het minimumloon is niet vatbaar voor inhouding of verrekening door de werkgever met overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/631" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 631</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/632" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 632, met uitzondering van het tweede lid, tweede zin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>.
2. In afwijking van het eerste lid is inhouding toegestaan, met overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/631" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 631, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen betalingsverplichtingen van de werknemer worden aangewezen ten aanzien waarvan hij bevoegd is om schriftelijke volmacht te verlenen aan de werkgever om uit het uit te betalen loon betalingen in zijn naam te verrichten, met inachtneming van hetgeen overigens in artikel 631 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald. Deze betalingsverplichtingen kunnen voor te onderscheiden categorieën van werknemers verschillend worden aangewezen. In afwijking van artikel 3, eerste lid, kunnen tevens betalingsverplichtingen worden aangewezen van werknemers die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst zijn genomen door of vanwege het Rijk of het bevoegde gezag van een provincie, gemeente, waterschap, veenschap en veenpolder, indien, op grond van <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/615" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 615 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>, <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>van toepassing is verklaard.
3. In afwijking van het eerste lid zijn voorschotten op het minimumloon, overeenkomstig artikel 7aaan de werknemer verstrekt, vatbaar voor verrekening met het minimumloon, mits dit vooraf schriftelijk met de werknemer is overeengekomen.
2. In afwijking van het eerste lid is inhouding toegestaan, met overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/631" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 631, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen betalingsverplichtingen van de werknemer worden aangewezen ten aanzien waarvan hij bevoegd is om schriftelijke volmacht te verlenen aan de werkgever om uit het uit te betalen loon betalingen in zijn naam te verrichten, met inachtneming van hetgeen overigens in artikel 631 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald. Deze betalingsverplichtingen kunnen voor te onderscheiden categorieën van werknemers verschillend worden aangewezen. In afwijking van artikel 3, eerste lid, kunnen tevens betalingsverplichtingen worden aangewezen van werknemers die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst zijn genomen door of vanwege het Rijk of het bevoegde gezag van een provincie, gemeente, waterschap, veenschap en veenpolder, indien, op grond van <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/615" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 615 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>, <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>van toepassing is verklaard.
3. In afwijking van het eerste lid zijn voorschotten op het minimumloon, overeenkomstig artikel 7aaan de werknemer verstrekt, vatbaar voor verrekening met het minimumloon, mits dit vooraf schriftelijk met de werknemer is overeengekomen.