BWBR0039974
Geldig vanaf 1996-01-19
Artikel 37
Inkomstenregeling militairen
1. Ten aanzien van de gebrevetteerde militair die op 31 maart 1989 in het genot was of gedurende een deel van het tijdvak tussen 30 juni 1988 en 1 april 1989 in het genot is geweest van een vliegtoelage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling vliegtoelagen militairen zeemacht 1986, onderscheidenlijk artikel 47, eerste lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969, wordt de waarderingsfactor vastgesteld met toepassing van tabel 21. Voor de betrokken militair zal de waarderingsfactor eerst worden vastgesteld met toepassing van artikel 10, tweede lid, vanaf het moment dat zulks leidt tot een hogere waarderingsfactor dan die met toepassing van tabel 21.
2. Ten aanzien van de gebrevetteerde militair die op 31 maart 1989 in het genot was of gedurende een deel van het tijdvak tussen 30 juni 1988 en 1 april 1989 in het genot is geweest van een garantievliegtoelage als bedoeld in artikel 3, tweede lid, of artikel 5, vierde lid, van de Regeling vliegtoelagen militairen zeemacht 1986, onderscheidenlijk artikel 48, tweede lid, of artikel 80, vierde lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969, is bij beëindiging van de in genoemde bepalingen bedoelde tijdelijke onderbreking voor het vaststellen van de waarderingsfactor het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
2. Ten aanzien van de gebrevetteerde militair die op 31 maart 1989 in het genot was of gedurende een deel van het tijdvak tussen 30 juni 1988 en 1 april 1989 in het genot is geweest van een garantievliegtoelage als bedoeld in artikel 3, tweede lid, of artikel 5, vierde lid, van de Regeling vliegtoelagen militairen zeemacht 1986, onderscheidenlijk artikel 48, tweede lid, of artikel 80, vierde lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969, is bij beëindiging van de in genoemde bepalingen bedoelde tijdelijke onderbreking voor het vaststellen van de waarderingsfactor het eerste lid van overeenkomstige toepassing.