BWBR0039974
Geldig vanaf 1996-01-19
Artikel 11
Inkomstenregeling militairen
1. De luchtvarende die de aanspraak op een vliegtoelage verliest, heeft aansluitend aanspraak op een garantievliegtoelage. De aanspraak op een garantievliegtoelage eindigt met ingang van de dag waarop de luchtvarende:
a. geen aanspraak meer heeft op salaris;
b. aanspraak krijgt op een vliegtoelage die hoger is dan zijn garantievliegtoelage.
2. Voor de luchtvarende, waarbij de periode tussen het moment dat hij voor de eerste maal aanspraak kreeg op vliegtoelage en het moment waarop zijn aanspraak op vliegtoelage voor de laatste maal eindigde, korter is dan 13 jaren, bedraagt de garantievliegtoelage per maand:
a. gedurende 48 maanden: 100 procent van de laatst genoten vliegtoelage;
b. vervolgens gedurende 12 maanden 75 procent, vervolgens 12 maanden 50 procent en vervolgens 12 maanden 25 procent van de laatstgenoten vliegtoelage.
3. Voor de luchtvarende:
a. waarbij de periode tussen het moment dat hij voor de eerste maal aanspraak kreeg op vliegtoelage en het moment waarop zijn aanspraak op vliegtoelage voor de laatste maal eindigde, ten minste 13 jaren lang is, dan wel
b. die niet meer inzetbaar is in de functie op basis waarvan hij aanspraak maakte op vliegtoelage in verband met een medische ongeschiktheid die naar het oordeel van de commandant van het operationeel commando het gevolg is van uitoefening van de militaire dienst en niet aan grove nalatigheid of opzet is te wijten,
bedraagt de garantievliegtoelage per maand:
1°. gedurende 48 maanden: 100 procent van de laatstgenoten vliegtoelage;
2°. vervolgens 66 procent van de laatstgenoten vliegtoelage te vermeerderen met 2 procent voor elke 12 maanden dat de periode tussen het moment dat hij voor de eerste maal aanspraak kreeg op vliegtoelage en het moment waarop zijn aanspraak op vliegtoelage voor de laatste maal eindigde, meer dan 13 jaren bedraagt. Hierbij geldt een maximum van 80 procent van de laatstgenoten vliegtoelage.
4. De onder 2° in het vorige lid bedoelde garantievliegtoelage wordt periodiek bijgesteld aan de hand van de generieke salarisontwikkeling.
5. Indien gelijktijdig aanspraak bestaat op een vliegtoelage, één of meer garantievliegtoelagen of een combinatie daarvan, wordt de hoogste toelage toegekend.
6. In afwijking van het gestelde in het tweede en derde lid, wordt een onafgebroken periode van een jaar of langer waarin de militair geen aanspraak heeft op salaris, niet meegerekend voor de opbouw van de garantievliegtoelage.
a. geen aanspraak meer heeft op salaris;
b. aanspraak krijgt op een vliegtoelage die hoger is dan zijn garantievliegtoelage.
2. Voor de luchtvarende, waarbij de periode tussen het moment dat hij voor de eerste maal aanspraak kreeg op vliegtoelage en het moment waarop zijn aanspraak op vliegtoelage voor de laatste maal eindigde, korter is dan 13 jaren, bedraagt de garantievliegtoelage per maand:
a. gedurende 48 maanden: 100 procent van de laatst genoten vliegtoelage;
b. vervolgens gedurende 12 maanden 75 procent, vervolgens 12 maanden 50 procent en vervolgens 12 maanden 25 procent van de laatstgenoten vliegtoelage.
3. Voor de luchtvarende:
a. waarbij de periode tussen het moment dat hij voor de eerste maal aanspraak kreeg op vliegtoelage en het moment waarop zijn aanspraak op vliegtoelage voor de laatste maal eindigde, ten minste 13 jaren lang is, dan wel
b. die niet meer inzetbaar is in de functie op basis waarvan hij aanspraak maakte op vliegtoelage in verband met een medische ongeschiktheid die naar het oordeel van de commandant van het operationeel commando het gevolg is van uitoefening van de militaire dienst en niet aan grove nalatigheid of opzet is te wijten,
bedraagt de garantievliegtoelage per maand:
1°. gedurende 48 maanden: 100 procent van de laatstgenoten vliegtoelage;
2°. vervolgens 66 procent van de laatstgenoten vliegtoelage te vermeerderen met 2 procent voor elke 12 maanden dat de periode tussen het moment dat hij voor de eerste maal aanspraak kreeg op vliegtoelage en het moment waarop zijn aanspraak op vliegtoelage voor de laatste maal eindigde, meer dan 13 jaren bedraagt. Hierbij geldt een maximum van 80 procent van de laatstgenoten vliegtoelage.
4. De onder 2° in het vorige lid bedoelde garantievliegtoelage wordt periodiek bijgesteld aan de hand van de generieke salarisontwikkeling.
5. Indien gelijktijdig aanspraak bestaat op een vliegtoelage, één of meer garantievliegtoelagen of een combinatie daarvan, wordt de hoogste toelage toegekend.
6. In afwijking van het gestelde in het tweede en derde lid, wordt een onafgebroken periode van een jaar of langer waarin de militair geen aanspraak heeft op salaris, niet meegerekend voor de opbouw van de garantievliegtoelage.