BWBR0039974
Geldig vanaf 1996-01-19
Artikel 12
Inkomstenregeling militairen
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
a. activiteiten 1°. het uitvoeren van inspecties of kleine reparaties aan het vliegtuig bij tussenlandingen;
2°. het ophalen van met het vliegtuig te vervoeren zieken, gewonden of hulpbehoevenden, alsmede van stoffelijke overschotten of van arrestanten;
3°. het beladen en ontladen van het vliegtuig;
4°. het verlenen van assistentie bij het redden van in nood verkerenden;
5°. het begeleiden van door of namens de Minister van Veiligheid en Justitie uitgewezen vreemdelingen, alsmede de als gevolg daarvan te maken retourvlucht;
6°. het begeleiden en beveiligen van daarvoor in aanmerking komende personen, alsmede de als gevolg daarvan te maken retourvlucht;
1°. het uitvoeren van inspecties of kleine reparaties aan het vliegtuig bij tussenlandingen;
2°. het ophalen van met het vliegtuig te vervoeren zieken, gewonden of hulpbehoevenden, alsmede van stoffelijke overschotten of van arrestanten;
3°. het beladen en ontladen van het vliegtuig;
4°. het verlenen van assistentie bij het redden van in nood verkerenden;
5°. het begeleiden van door of namens de Minister van Veiligheid en Justitie uitgewezen vreemdelingen, alsmede de als gevolg daarvan te maken retourvlucht;
6°. het begeleiden en beveiligen van daarvoor in aanmerking komende personen, alsmede de als gevolg daarvan te maken retourvlucht;
b. dienstvluchten onder bijzondere omstandigheden 1°. de dienstvluchten die in vliegtuigen met straalvoortstuwing worden verricht of waaraan wordt deelgenomen door militairen die – in opleiding voor de functie van operationeel jachtvlieger – nog geen aanspraak hebben op een vliegtoelage;
2°. de dienstvluchten met een helikopter tijdens een opsporings- en reddingsactie;
3°. de dienstvluchten met een vliegtuig, waarbij wordt gestart van of geland op een schip buitengaats.
1°. de dienstvluchten die in vliegtuigen met straalvoortstuwing worden verricht of waaraan wordt deelgenomen door militairen die – in opleiding voor de functie van operationeel jachtvlieger – nog geen aanspraak hebben op een vliegtoelage;
2°. de dienstvluchten met een helikopter tijdens een opsporings- en reddingsactie;
3°. de dienstvluchten met een vliegtuig, waarbij wordt gestart van of geland op een schip buitengaats.
2. De militair die geen aanspraak heeft op een vliegtoelage en die in opdracht van de commandant tijdens een dienstvlucht werkzaamheden in de lucht verricht of op grond van een vluchtopdracht activiteiten verricht, heeft aanspraak op vlieggeld.
3. Het vlieggeld waarop per uur aanspraak bestaat, wordt vastgesteld door het basisbedrag, opgenomen in tabel 11, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor van 0,85.
4. De militair die anders dan als passagier een dienstvlucht maakt onder naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel bijzondere omstandigheden, heeft – naast de aanspraken op grond van het tweede lid – aanspraak op bijzonder vlieggeld.
5. Het bijzonder vlieggeld waarop per uur aanspraak bestaat, wordt vastgesteld door het basisbedrag, opgenomen in tabel 11, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor van 1,2.
6. Het vlieggeld en het bijzonder vlieggeld waarop de militair aanspraak heeft, worden vastgesteld per maand, waarbij de totale tijdsduur van de dienstvluchten naar boven wordt afgerond op een vol kwartier.
7. De maximumbedragen die per kwartaal aan vlieggeld en bijzonder vlieggeld mogen worden genoten, zijn opgenomen in tabel 13.
8. Het hoofd defensieonderdeel kan maxima stellen aan het aantal vlieguren dat wordt vergolden met vlieggeld of bijzonder vlieggeld.
9. De militair die aanspraak heeft op een garantievliegtoelage, heeft aanspraak op vlieggeld voor zover dat het bedrag van de garantievliegtoelage waarop hij over dezelfde maand aanspraak heeft, te boven gaat.
a. activiteiten 1°. het uitvoeren van inspecties of kleine reparaties aan het vliegtuig bij tussenlandingen;
2°. het ophalen van met het vliegtuig te vervoeren zieken, gewonden of hulpbehoevenden, alsmede van stoffelijke overschotten of van arrestanten;
3°. het beladen en ontladen van het vliegtuig;
4°. het verlenen van assistentie bij het redden van in nood verkerenden;
5°. het begeleiden van door of namens de Minister van Veiligheid en Justitie uitgewezen vreemdelingen, alsmede de als gevolg daarvan te maken retourvlucht;
6°. het begeleiden en beveiligen van daarvoor in aanmerking komende personen, alsmede de als gevolg daarvan te maken retourvlucht;
1°. het uitvoeren van inspecties of kleine reparaties aan het vliegtuig bij tussenlandingen;
2°. het ophalen van met het vliegtuig te vervoeren zieken, gewonden of hulpbehoevenden, alsmede van stoffelijke overschotten of van arrestanten;
3°. het beladen en ontladen van het vliegtuig;
4°. het verlenen van assistentie bij het redden van in nood verkerenden;
5°. het begeleiden van door of namens de Minister van Veiligheid en Justitie uitgewezen vreemdelingen, alsmede de als gevolg daarvan te maken retourvlucht;
6°. het begeleiden en beveiligen van daarvoor in aanmerking komende personen, alsmede de als gevolg daarvan te maken retourvlucht;
b. dienstvluchten onder bijzondere omstandigheden 1°. de dienstvluchten die in vliegtuigen met straalvoortstuwing worden verricht of waaraan wordt deelgenomen door militairen die – in opleiding voor de functie van operationeel jachtvlieger – nog geen aanspraak hebben op een vliegtoelage;
2°. de dienstvluchten met een helikopter tijdens een opsporings- en reddingsactie;
3°. de dienstvluchten met een vliegtuig, waarbij wordt gestart van of geland op een schip buitengaats.
1°. de dienstvluchten die in vliegtuigen met straalvoortstuwing worden verricht of waaraan wordt deelgenomen door militairen die – in opleiding voor de functie van operationeel jachtvlieger – nog geen aanspraak hebben op een vliegtoelage;
2°. de dienstvluchten met een helikopter tijdens een opsporings- en reddingsactie;
3°. de dienstvluchten met een vliegtuig, waarbij wordt gestart van of geland op een schip buitengaats.
2. De militair die geen aanspraak heeft op een vliegtoelage en die in opdracht van de commandant tijdens een dienstvlucht werkzaamheden in de lucht verricht of op grond van een vluchtopdracht activiteiten verricht, heeft aanspraak op vlieggeld.
3. Het vlieggeld waarop per uur aanspraak bestaat, wordt vastgesteld door het basisbedrag, opgenomen in tabel 11, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor van 0,85.
4. De militair die anders dan als passagier een dienstvlucht maakt onder naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel bijzondere omstandigheden, heeft – naast de aanspraken op grond van het tweede lid – aanspraak op bijzonder vlieggeld.
5. Het bijzonder vlieggeld waarop per uur aanspraak bestaat, wordt vastgesteld door het basisbedrag, opgenomen in tabel 11, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor van 1,2.
6. Het vlieggeld en het bijzonder vlieggeld waarop de militair aanspraak heeft, worden vastgesteld per maand, waarbij de totale tijdsduur van de dienstvluchten naar boven wordt afgerond op een vol kwartier.
7. De maximumbedragen die per kwartaal aan vlieggeld en bijzonder vlieggeld mogen worden genoten, zijn opgenomen in tabel 13.
8. Het hoofd defensieonderdeel kan maxima stellen aan het aantal vlieguren dat wordt vergolden met vlieggeld of bijzonder vlieggeld.
9. De militair die aanspraak heeft op een garantievliegtoelage, heeft aanspraak op vlieggeld voor zover dat het bedrag van de garantievliegtoelage waarop hij over dezelfde maand aanspraak heeft, te boven gaat.