BWBR0039974
Geldig vanaf 1996-01-19
Artikel 34
Inkomstenregeling militairen
1. Voor diensttijdgratificaties telt dubbel als bedoeld in artikel 33, eerste lid onder c:
a. inzet in tijd van oorlog, voor zover door de Minister bepaald, na beëindiging van de staat van oorlog door de Staten-Generaal;
b. deelname aan een operatie genoemd in tabel 3 van de Regeling Voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties (VVHO);
c. deelname aan een humanitaire operatie genoemd in tabel 4 van de VVHO, tenzij er sprake is van een beslissing als bedoeld in het derde lid.
d. De tijd bedoeld in artikel 39c, tweede lid, onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
2. Voor het bepalen van de aanvang, einde en duur van de aanspraak op dubbeltelling bij een operatie bedoeld in het eerste lid, onder b of c, is artikel 3 van de VVHOvan toepassing, met dien verstande dat voor het vaststellen van de aanspraak op dubbeltelling voor deelname aan een humanitaire operatie, bedoeld in het eerste lid, onder c, de volgende aanvullende voorwaarden gelden:
a. De aanspraak op dubbeltelling ontstaat zodra de militair langer dan één maand aan de desbetreffende operatie heeft deelgenomen; alsdan geldt de aanspraak op dubbeltelling ook voor de deelname gedurende de eerste maand.
b. Het gestelde onder a is ook van toepassing na onderbreking van het verblijf in het operatiegebied om andere redenen dan genoemd in artikel 3, derde en vierde lid van de VVHO.
3. De minister kan in overeenstemming met de Sectorcommissie Defensie besluiten om een humanitaire operatie genoemd in tabel 4 van de VVHOvanwege de aard van die operatie niet voor dubbeltelling in aanmerking te laten komen.
4. Voor de militair die is veroordeeld voor een tijdens een krijgsverrichting met dubbeltelling begaan militair misdrijf genoemd in de titels I tot en met IV van het Tweede boek van het Wetboek van Militair Strafrecht, vervalt de aanspraak op dubbeltelling voor deelname aan de desbetreffende krijgsverrichting.
a. inzet in tijd van oorlog, voor zover door de Minister bepaald, na beëindiging van de staat van oorlog door de Staten-Generaal;
b. deelname aan een operatie genoemd in tabel 3 van de Regeling Voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties (VVHO);
c. deelname aan een humanitaire operatie genoemd in tabel 4 van de VVHO, tenzij er sprake is van een beslissing als bedoeld in het derde lid.
d. De tijd bedoeld in artikel 39c, tweede lid, onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
2. Voor het bepalen van de aanvang, einde en duur van de aanspraak op dubbeltelling bij een operatie bedoeld in het eerste lid, onder b of c, is artikel 3 van de VVHOvan toepassing, met dien verstande dat voor het vaststellen van de aanspraak op dubbeltelling voor deelname aan een humanitaire operatie, bedoeld in het eerste lid, onder c, de volgende aanvullende voorwaarden gelden:
a. De aanspraak op dubbeltelling ontstaat zodra de militair langer dan één maand aan de desbetreffende operatie heeft deelgenomen; alsdan geldt de aanspraak op dubbeltelling ook voor de deelname gedurende de eerste maand.
b. Het gestelde onder a is ook van toepassing na onderbreking van het verblijf in het operatiegebied om andere redenen dan genoemd in artikel 3, derde en vierde lid van de VVHO.
3. De minister kan in overeenstemming met de Sectorcommissie Defensie besluiten om een humanitaire operatie genoemd in tabel 4 van de VVHOvanwege de aard van die operatie niet voor dubbeltelling in aanmerking te laten komen.
4. Voor de militair die is veroordeeld voor een tijdens een krijgsverrichting met dubbeltelling begaan militair misdrijf genoemd in de titels I tot en met IV van het Tweede boek van het Wetboek van Militair Strafrecht, vervalt de aanspraak op dubbeltelling voor deelname aan de desbetreffende krijgsverrichting.