BWBR0039974
Geldig vanaf 1996-01-19
Artikel 10
Inkomstenregeling militairen
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt de luchtvarende door de Commandant van het desbetreffende Operationeel Commando ingedeeld in een van de volgende categorieën:
a. categorie A de vlieger;
b. categorie B de waarnemer, de boordgevechtsleider en de flight engineer die deel uitmaakt van de bemanning van de KDC-10, van de C-130 Hercules of van de E3A AWACS;
c. categorie C de boordwerktuigkundige, de vliegtuigsensoroperator, de boordgevechtsleider-assistent, de boordmonteur, de loadmaster, de boom operator, de boordvliegproefkundige en de cabin attendant alsmede de militair die op 1 september 2010 in het bezit was van het brevet luchtfotograaf.
2. De luchtvarende die:
a. een functie vervult bij een vliegende eenheid met het doel inzetbaar te zijn als lid van een vliegtuigbemanning of;
b. een functie vervult waarvoor het noodzakelijk is de vaardigheden om op te treden als lid van een vliegtuigbemanning te onderhouden of;
c. door de commandant van het desbetreffende operationeel commando is opgedragen de vaardigheden als lid van een vliegtuigbemanning te onderhouden;
en die daadwerkelijk inzetbaar is in een van de in het eerste lid genoemde functies hetgeen blijkt uit het voldoen aan de ter zake vastgestelde vaardigheidseisen alsmede het vliegmedisch goedgekeurd zijn, heeft aanspraak op een vliegtoelage.
3. Een overzicht van de functies als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is opgenomen in tabel 2.
4. De in het tweede lid genoemde vliegtoelage wordt vastgesteld door het basisbedrag, opgenomen in tabel 11, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor opgenomen in tabel 12, volgens de voor hem geldende categorie en het totaal van het aantal jaren dat hij aanspraak heeft gemaakt op een vliegtoelage.
5. Als de ontwikkeling in de vaardigheden als luchtvarende daartoe aanleiding geeft, kan de Commandant van het desbetreffende Operationeel Commando voor de toepassing van tabel 12extra jaren toekennen, dan wel de jaarlijkse vermeerdering van het aantal jaren achterwege laten.
6. De aanspraak op de vliegtoelage gaat in op de eerste dag van de maand waarin de luchtvarende voldoet aan de in het tweede lid genoemde eisen.
7. De aanspraak op de vliegtoelage eindigt met ingang van:
a. de eerste dag van de maand volgende op die waarin de luchtvarende niet langer een functie als bedoeld in het tweede lid, onder a of b vervult of de opdracht als bedoeld in het tweede lid onder c is ingetrokken;
b. de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij niet meer inzetbaar is in de functie op basis waarvan hij aanspraak maakt op vliegtoelage;
c. de dag waarop hij geen aanspraak meer heeft op salaris.
a. categorie A de vlieger;
b. categorie B de waarnemer, de boordgevechtsleider en de flight engineer die deel uitmaakt van de bemanning van de KDC-10, van de C-130 Hercules of van de E3A AWACS;
c. categorie C de boordwerktuigkundige, de vliegtuigsensoroperator, de boordgevechtsleider-assistent, de boordmonteur, de loadmaster, de boom operator, de boordvliegproefkundige en de cabin attendant alsmede de militair die op 1 september 2010 in het bezit was van het brevet luchtfotograaf.
2. De luchtvarende die:
a. een functie vervult bij een vliegende eenheid met het doel inzetbaar te zijn als lid van een vliegtuigbemanning of;
b. een functie vervult waarvoor het noodzakelijk is de vaardigheden om op te treden als lid van een vliegtuigbemanning te onderhouden of;
c. door de commandant van het desbetreffende operationeel commando is opgedragen de vaardigheden als lid van een vliegtuigbemanning te onderhouden;
en die daadwerkelijk inzetbaar is in een van de in het eerste lid genoemde functies hetgeen blijkt uit het voldoen aan de ter zake vastgestelde vaardigheidseisen alsmede het vliegmedisch goedgekeurd zijn, heeft aanspraak op een vliegtoelage.
3. Een overzicht van de functies als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is opgenomen in tabel 2.
4. De in het tweede lid genoemde vliegtoelage wordt vastgesteld door het basisbedrag, opgenomen in tabel 11, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor opgenomen in tabel 12, volgens de voor hem geldende categorie en het totaal van het aantal jaren dat hij aanspraak heeft gemaakt op een vliegtoelage.
5. Als de ontwikkeling in de vaardigheden als luchtvarende daartoe aanleiding geeft, kan de Commandant van het desbetreffende Operationeel Commando voor de toepassing van tabel 12extra jaren toekennen, dan wel de jaarlijkse vermeerdering van het aantal jaren achterwege laten.
6. De aanspraak op de vliegtoelage gaat in op de eerste dag van de maand waarin de luchtvarende voldoet aan de in het tweede lid genoemde eisen.
7. De aanspraak op de vliegtoelage eindigt met ingang van:
a. de eerste dag van de maand volgende op die waarin de luchtvarende niet langer een functie als bedoeld in het tweede lid, onder a of b vervult of de opdracht als bedoeld in het tweede lid onder c is ingetrokken;
b. de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij niet meer inzetbaar is in de functie op basis waarvan hij aanspraak maakt op vliegtoelage;
c. de dag waarop hij geen aanspraak meer heeft op salaris.