BWBR0039881
Geldig vanaf 2005-05-11
Artikel 9
Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie
1. De commandant kent aan de ambtenaar een proportionele diensttijdgratificatie toe, indien de ambtenaar wordt ontslagen met toepassing van één van de volgende artikelen uit het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie:
a. artikel 114;
b. artikel 116;
c. artikel 121, eerste lid, onderdeel f of h.
2. De proportionele diensttijdgratificatie bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend toegekend indien de ambtenaar zonder dat ontslag binnen een periode van:
a. tweeëneenhalf jaar na de datum van ingang van dat ontslag een gratificatie wegens trouwe dienst bij het bereiken van een diensttijd van twaalfeneenhalf jaar zou zijn toegekend, danwel binnen een periode van:
b. vijf jaar na de datum van ingang van dat ontslag een gratificatie wegens trouwe dienst bij het bereiken van een diensttijd van vijfentwintig, veertig of vijftig jaar zou zijn toegekend.
3. De commandant kent aan de nabestaanden van de ambtenaar, bedoeld in artikel 127 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, een proportionele diensttijdgratificatie toe.
4. De proportionele diensttijdgratificatie, bedoeld in het derde lid, wordt uitsluitend toegekend, indien de overleden ambtenaar is overleden binnen een periode van:
a. tweeëneenhalf jaar vóór de datum waarop hij aanspraak zou hebben gehad op een gratificatie wegens trouwe dienst bij het bereiken van een diensttijd van twaalfeneenhalf jaar, danwel binnen een periode van:
b. vijf jaar vóór de datum waarop hij aanspraak zou hebben gehad op een gratificatie wegens trouwe dienst bij het bereiken van een diensttijd van vijfentwintig, veertig of vijftig jaar.
5. De proportionele diensttijdgratificatie wordt vastgesteld op een evenredig deel van de gratificatie wegens trouwe dienst ingevolge artikel 8, gemeten naar de verhouding van de daadwerkelijke diensttijd in jaren en maanden en de in dat artikel genoemde diensttijd in jaren en maanden.
6. De loonheffing en inhoudingen, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, die in voorkomend geval zijn verschuldigd over een proportionele diensttijdgratificatie die is afgeleid van een diensttijdgratificatie wegens vijfentwintig of veertig jaar trouwe dienst, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en in het vierde lid, onderdeel b, komen voor rekening van Defensie.
a. artikel 114;
b. artikel 116;
c. artikel 121, eerste lid, onderdeel f of h.
2. De proportionele diensttijdgratificatie bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend toegekend indien de ambtenaar zonder dat ontslag binnen een periode van:
a. tweeëneenhalf jaar na de datum van ingang van dat ontslag een gratificatie wegens trouwe dienst bij het bereiken van een diensttijd van twaalfeneenhalf jaar zou zijn toegekend, danwel binnen een periode van:
b. vijf jaar na de datum van ingang van dat ontslag een gratificatie wegens trouwe dienst bij het bereiken van een diensttijd van vijfentwintig, veertig of vijftig jaar zou zijn toegekend.
3. De commandant kent aan de nabestaanden van de ambtenaar, bedoeld in artikel 127 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, een proportionele diensttijdgratificatie toe.
4. De proportionele diensttijdgratificatie, bedoeld in het derde lid, wordt uitsluitend toegekend, indien de overleden ambtenaar is overleden binnen een periode van:
a. tweeëneenhalf jaar vóór de datum waarop hij aanspraak zou hebben gehad op een gratificatie wegens trouwe dienst bij het bereiken van een diensttijd van twaalfeneenhalf jaar, danwel binnen een periode van:
b. vijf jaar vóór de datum waarop hij aanspraak zou hebben gehad op een gratificatie wegens trouwe dienst bij het bereiken van een diensttijd van vijfentwintig, veertig of vijftig jaar.
5. De proportionele diensttijdgratificatie wordt vastgesteld op een evenredig deel van de gratificatie wegens trouwe dienst ingevolge artikel 8, gemeten naar de verhouding van de daadwerkelijke diensttijd in jaren en maanden en de in dat artikel genoemde diensttijd in jaren en maanden.
6. De loonheffing en inhoudingen, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, die in voorkomend geval zijn verschuldigd over een proportionele diensttijdgratificatie die is afgeleid van een diensttijdgratificatie wegens vijfentwintig of veertig jaar trouwe dienst, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en in het vierde lid, onderdeel b, komen voor rekening van Defensie.