BWBR0039881
Geldig vanaf 2005-05-11
Artikel 7a
Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
a. activiteiten: 1°. het uitvoeren van inspecties of kleine reparaties aan het vliegtuig bij tussenlandingen;
2°. het ophalen van met het vliegtuig te vervoeren zieken, gewonden of hulpbehoevenden, alsmede van stoffelijke overschotten of van arrestanten;
3°. het beladen en ontladen van het vliegtuig;
4°. het verlenen van assistentie bij het redden van in nood verkerenden;
1°. het uitvoeren van inspecties of kleine reparaties aan het vliegtuig bij tussenlandingen;
2°. het ophalen van met het vliegtuig te vervoeren zieken, gewonden of hulpbehoevenden, alsmede van stoffelijke overschotten of van arrestanten;
3°. het beladen en ontladen van het vliegtuig;
4°. het verlenen van assistentie bij het redden van in nood verkerenden;
b. dienstvluchten onder bijzondere omstandigheden: 1°. de dienstvluchten die in vliegtuigen met straalvoortstuwing worden verricht;
2°. de dienstvluchten met een helikopter tijdens een opsporings- en reddingsactie;
3°. de dienstvluchten met een vliegtuig, waarbij wordt gestart van of geland op een schip buitengaats.
1°. de dienstvluchten die in vliegtuigen met straalvoortstuwing worden verricht;
2°. de dienstvluchten met een helikopter tijdens een opsporings- en reddingsactie;
3°. de dienstvluchten met een vliegtuig, waarbij wordt gestart van of geland op een schip buitengaats.
2. De ambtenaar die in opdracht van de commandant tijdens een dienstvlucht werkzaamheden in de lucht verricht of op grond van een vluchtopdracht activiteiten verricht, heeft aanspraak op vlieggeld.
3. Het vlieggeld waarop per uur aanspraak bestaat, wordt vastgesteld door het basisbedrag, bedoeld in tabel 11 van de Inkomstenregeling militairen, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor van 0,85.
4. De ambtenaar die anders dan als passagier een dienstvlucht maakt onder naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel bijzondere omstandigheden, heeft – naast de aanspraken op grond van het tweede lid – aanspraak op bijzonder vlieggeld.
5. Het bijzonder vlieggeld waarop per uur aanspraak bestaat, wordt vastgesteld door het basisbedrag, bedoeld in tabel 11 van de Inkomstenregeling militairen, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor van 1,2.
6. Het vlieggeld en het bijzonder vlieggeld waarop de ambtenaar aanspraak heeft, worden vastgesteld per maand, waarbij de totale tijdsduur van de dienstvluchten naar boven wordt afgerond op een vol kwartier.
7. De maximumbedragen die per kwartaal aan vlieggeld en bijzonder vlieggeld mogen worden genoten, zijn opgenomen in tabel 13 van de Inkomstenregeling militairen.
8. Het hoofd defensieonderdeel kan maxima stellen aan het aantal vlieguren dat wordt vergolden met vlieggeld of bijzonder vlieggeld.
a. activiteiten: 1°. het uitvoeren van inspecties of kleine reparaties aan het vliegtuig bij tussenlandingen;
2°. het ophalen van met het vliegtuig te vervoeren zieken, gewonden of hulpbehoevenden, alsmede van stoffelijke overschotten of van arrestanten;
3°. het beladen en ontladen van het vliegtuig;
4°. het verlenen van assistentie bij het redden van in nood verkerenden;
1°. het uitvoeren van inspecties of kleine reparaties aan het vliegtuig bij tussenlandingen;
2°. het ophalen van met het vliegtuig te vervoeren zieken, gewonden of hulpbehoevenden, alsmede van stoffelijke overschotten of van arrestanten;
3°. het beladen en ontladen van het vliegtuig;
4°. het verlenen van assistentie bij het redden van in nood verkerenden;
b. dienstvluchten onder bijzondere omstandigheden: 1°. de dienstvluchten die in vliegtuigen met straalvoortstuwing worden verricht;
2°. de dienstvluchten met een helikopter tijdens een opsporings- en reddingsactie;
3°. de dienstvluchten met een vliegtuig, waarbij wordt gestart van of geland op een schip buitengaats.
1°. de dienstvluchten die in vliegtuigen met straalvoortstuwing worden verricht;
2°. de dienstvluchten met een helikopter tijdens een opsporings- en reddingsactie;
3°. de dienstvluchten met een vliegtuig, waarbij wordt gestart van of geland op een schip buitengaats.
2. De ambtenaar die in opdracht van de commandant tijdens een dienstvlucht werkzaamheden in de lucht verricht of op grond van een vluchtopdracht activiteiten verricht, heeft aanspraak op vlieggeld.
3. Het vlieggeld waarop per uur aanspraak bestaat, wordt vastgesteld door het basisbedrag, bedoeld in tabel 11 van de Inkomstenregeling militairen, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor van 0,85.
4. De ambtenaar die anders dan als passagier een dienstvlucht maakt onder naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel bijzondere omstandigheden, heeft – naast de aanspraken op grond van het tweede lid – aanspraak op bijzonder vlieggeld.
5. Het bijzonder vlieggeld waarop per uur aanspraak bestaat, wordt vastgesteld door het basisbedrag, bedoeld in tabel 11 van de Inkomstenregeling militairen, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor van 1,2.
6. Het vlieggeld en het bijzonder vlieggeld waarop de ambtenaar aanspraak heeft, worden vastgesteld per maand, waarbij de totale tijdsduur van de dienstvluchten naar boven wordt afgerond op een vol kwartier.
7. De maximumbedragen die per kwartaal aan vlieggeld en bijzonder vlieggeld mogen worden genoten, zijn opgenomen in tabel 13 van de Inkomstenregeling militairen.
8. Het hoofd defensieonderdeel kan maxima stellen aan het aantal vlieguren dat wordt vergolden met vlieggeld of bijzonder vlieggeld.