BWBR0039881
Geldig vanaf 2005-05-11
Artikel 16
Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie
1. Het maximum van het verschuldigde bedrag voor het vanwege Defensie verstrekte gebruik van kost, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 165,34 per maand.
2. Het maximum van het verschuldigde bedrag voor het vanwege Defensie verstrekte gebruik van inwoning, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 306,01 per maand.
3. Het verschuldigde bedrag voor kost voor de ambtenaar, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 143,52 per maand.
4. Het verschuldigde bedrag voor inwoning voor de ambtenaar, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 208,70 per maand.
5. Bij geoorloofde afwezigheid wordt het bedrag dat voor het genot van kost verschuldigd zou zijn voor elke dag dat dit emolument niet wordt genoten, verminderd met € 4,78 per dag.
2. Het maximum van het verschuldigde bedrag voor het vanwege Defensie verstrekte gebruik van inwoning, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 306,01 per maand.
3. Het verschuldigde bedrag voor kost voor de ambtenaar, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 143,52 per maand.
4. Het verschuldigde bedrag voor inwoning voor de ambtenaar, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 208,70 per maand.
5. Bij geoorloofde afwezigheid wordt het bedrag dat voor het genot van kost verschuldigd zou zijn voor elke dag dat dit emolument niet wordt genoten, verminderd met € 4,78 per dag.