BWBR0039872
Geldig vanaf 2017-03-01
Artikel 223
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen)
1. Tijdens een aanhangig geding kan iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding.
2. Deze vordering moet samenhangen met de hoofdvordering.
2. Deze vordering moet samenhangen met de hoofdvordering.