BWBR0039872 Geldig vanaf 2017-03-01
Artikel 411 Rv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) — artikel 411
1. De verweerder dient zijn verweerschrift in op een door de Hoge Raad te bepalen datum. Voor de indiening wordt een termijn van vier weken verleend. Indiening geschiedt niet dan nadat de verweerder het verschuldigde griffierecht heeft voldaan. Indien de verweerder het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, vervalt zijn recht om verweer in cassatie te voeren of om van zijn zijde in cassatie te komen.
2. Artikel 30i, vierde lid, is van toepassing in cassatie. Alleen de in artikel 30i, vijfde lid, bedoelde exceptie wordt op straffe van verval afzonderlijk voor alle weren van rechten voorgedragen.
2. Artikel 30i, vierde lid, is van toepassing in cassatie. Alleen de in artikel 30i, vijfde lid, bedoelde exceptie wordt op straffe van verval afzonderlijk voor alle weren van rechten voorgedragen.
- Citeren als
- Art. 411 Rv
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039872
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl