BWBR0039872
Geldig vanaf 2017-03-01
Artikel 106
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen)
In zaken betreffende de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake faillissement, surséance van betaling en schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is mede bevoegd de rechtbank waaruit de rechter-commissaris is benoemd of, indien in geval van surséance geen rechter-commissaris is benoemd, de rechtbank die over het verzoek tot het verlenen van surséance heeft geoordeeld.