BWBR0038379
Geldig vanaf 29-12-2017
Artikel 5a
Besluit mandaat en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens
1. De directie Juridische Zaken en Wetgevingsadvisering is belast met:
a. het opleggen van bestuurlijke sancties als bedoeld in de artikelen 61, vierde lid, 65 en 66 van de Wet bescherming persoonsgegevens, artikel 35, tweede lid, van de Wet politiegegevens, artikel 27, tweede lid, (in samenhang bezien met artikel 39r) van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, artikel 4.1, tweede lid, van de Wet basisregistratie personen en de artikelen 15.2, derde lid, en 15.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet), alsmede het adviseren daarover;
b. het opstellen van een invorderingsbeschikking als bedoeld in artikel 5:37, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
c. de bevoegdheid om met andere toezichthouders samenwerkingsprotocollen vast te stellen als bedoeld in artikel 51a van de Wet bescherming persoonsgegevens;
d. de behandeling van beslissingen op bezwaarschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
e. het behandelen van (hoger)beroepschriften en voorlopige voorzieningen, waaronder begrepen het instellen van (hoger) beroep, waarbij de Autoriteit Persoonsgegevens partij is;
f. klachtafhandeling in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
g. advisering over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur die geheel of voor een belangrijk deel betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens;
h. normuitleg als bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
i. het opstellen van een beschikking in geval van niet tijdig beslissen als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht;
j. het afhandelen van verzoeken om informatie onder meer gebaseerd op de Wet openbaarheid van bestuur;
k. het doen van aangifte bij en fungeren als contactpunt voor het Openbaar Ministerie.
2. De directie Juridische Zaken en Wetgevingsadvisering treedt op als juridisch adviseur en verricht uit dien hoofde juridische werkzaamheden van algemene aard ten behoeve van de Autoriteit Persoonsgegevens en het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens.
a. het opleggen van bestuurlijke sancties als bedoeld in de artikelen 61, vierde lid, 65 en 66 van de Wet bescherming persoonsgegevens, artikel 35, tweede lid, van de Wet politiegegevens, artikel 27, tweede lid, (in samenhang bezien met artikel 39r) van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, artikel 4.1, tweede lid, van de Wet basisregistratie personen en de artikelen 15.2, derde lid, en 15.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet), alsmede het adviseren daarover;
b. het opstellen van een invorderingsbeschikking als bedoeld in artikel 5:37, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
c. de bevoegdheid om met andere toezichthouders samenwerkingsprotocollen vast te stellen als bedoeld in artikel 51a van de Wet bescherming persoonsgegevens;
d. de behandeling van beslissingen op bezwaarschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
e. het behandelen van (hoger)beroepschriften en voorlopige voorzieningen, waaronder begrepen het instellen van (hoger) beroep, waarbij de Autoriteit Persoonsgegevens partij is;
f. klachtafhandeling in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
g. advisering over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur die geheel of voor een belangrijk deel betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens;
h. normuitleg als bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
i. het opstellen van een beschikking in geval van niet tijdig beslissen als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht;
j. het afhandelen van verzoeken om informatie onder meer gebaseerd op de Wet openbaarheid van bestuur;
k. het doen van aangifte bij en fungeren als contactpunt voor het Openbaar Ministerie.
2. De directie Juridische Zaken en Wetgevingsadvisering treedt op als juridisch adviseur en verricht uit dien hoofde juridische werkzaamheden van algemene aard ten behoeve van de Autoriteit Persoonsgegevens en het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens.
- Citeren als
- Art. 5a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038379
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl