1. Er is een klachtencoördinator die klachten behandelt als bedoeld in
titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. In geval van afwezigheid of ontstentenis wordt de klachtencoördinator vervangen.
3. Aan de klachtencoördinator en zijn vervanger wordt mandaat en machtiging verleend voor de handelingen in het kader van het behandelen van klachten als bedoeld in
titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van het toepassen van
artikel 9:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Het toepassen van
artikel 9:12, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht blijft voorbehouden aan de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, de algemeen directeur en de directeuren van de directie als bedoeld in artikel 2, sub b, c, d en e.