BWBR0038379
Geldig vanaf 29-07-2016
Artikel 12
Besluit mandaat en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens
1. De ondertekening van documenten die door de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens krachtens het in artikel 6 verleende mandaat of de verleende machtiging, worden afgedaan, geschiedt als volgt:
‘Autoriteit Persoonsgegevens,
Voor deze,
De Voorzitter,
(Gevolgd door de handtekening en de naam van de voorzitter)’.
2. De ondertekening van documenten die door de aangewezen plaatsvervanger van de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens worden afgedaan, geschiedt als volgt:
‘Autoriteit Persoonsgegevens,
Voor deze,
De vicevoorzitter,
(Gevolgd door de handtekening en de naam van de vicevoorzitter)’.
3. De ondertekening van documenten die door een van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens, krachtens het in artikel 6 verleende mandaat of de verleende machtiging, worden afgedaan, geschiedt als volgt:
‘Autoriteit Persoonsgegevens,
Voor deze,
(Gevolgd door de handtekening, de naam van het lid en de vermelding van de functie)’.
‘Autoriteit Persoonsgegevens,
Voor deze,
De Voorzitter,
(Gevolgd door de handtekening en de naam van de voorzitter)’.
2. De ondertekening van documenten die door de aangewezen plaatsvervanger van de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens worden afgedaan, geschiedt als volgt:
‘Autoriteit Persoonsgegevens,
Voor deze,
De vicevoorzitter,
(Gevolgd door de handtekening en de naam van de vicevoorzitter)’.
3. De ondertekening van documenten die door een van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens, krachtens het in artikel 6 verleende mandaat of de verleende machtiging, worden afgedaan, geschiedt als volgt:
‘Autoriteit Persoonsgegevens,
Voor deze,
(Gevolgd door de handtekening, de naam van het lid en de vermelding van de functie)’.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038379
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl