BWBR0038379
Geldig vanaf 29-12-2017
Artikel 10
Besluit mandaat en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens
1. Bij afwezigheid of ontstentenis van de algemeen directeur zijn de directeuren van de directies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b tot en met e, bevoegd deze te vervangen.
2. Bij afwezigheid of ontstentenis van één van de directeuren van een directie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b tot en met e, zijn de overige directeuren en de algemeen directeur bevoegd deze te vervangen.
3. Bij afwezigheid of ontstentenis van één van de afdelingshoofden van een directie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b tot en met e, zijn de overige afdelingshoofden en de directeur van die directie bevoegd deze te vervangen.
2. Bij afwezigheid of ontstentenis van één van de directeuren van een directie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b tot en met e, zijn de overige directeuren en de algemeen directeur bevoegd deze te vervangen.
3. Bij afwezigheid of ontstentenis van één van de afdelingshoofden van een directie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b tot en met e, zijn de overige afdelingshoofden en de directeur van die directie bevoegd deze te vervangen.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038379
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl