BWBR0038379
Geldig vanaf 29-12-2017
Artikel 5
Besluit mandaat en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens
De directie Systeemtoezicht, Beveiliging en Technologie is belast met:
a. het behandelen van verzoeken als bedoeld in artikel 25 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. het behandelen van verzoeken om een zienswijze;
c. het bijhouden van een register van aangemelde gegevensverwerkingen als bedoeld in artikel 30 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
d. het doen van onderzoek naar en beslissen over voorafgaande onderzoeken als bedoeld in artikel 32 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
e. het uitvoeren van onderzoeken naar de rechtmatigheid van verwerking van persoonsgegevens en het aanwenden van bevoegdheden neergelegd in of samenhangend met de artikelen 51, eerste lid, 60 en 61 van de Wet bescherming persoonsgegevens, artikel 35 van de Wet politiegegevens, artikel 27 (in samenhang bezien met artikel 39r) van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen;
f. het fungeren als contactpunt voor functionarissen voor de gegevensbescherming en het bijhouden van een lijst van aangemelde functionarissen voor de gegevensbescherming;
g. het beoordelen van de controleresultaten van privacy audits als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Wet politiegegevens;
h. het verlenen van goedkeuring aan binding corporate rules voor doorgifte van persoonsgegevens buiten de Europese Unie;
i. het beoordelen van aanvragen om vergunningverlening voor doorgifte aan derde landen zonder passend beschermingsniveau als bedoeld in artikel 77, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
a. het behandelen van verzoeken als bedoeld in artikel 25 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. het behandelen van verzoeken om een zienswijze;
c. het bijhouden van een register van aangemelde gegevensverwerkingen als bedoeld in artikel 30 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
d. het doen van onderzoek naar en beslissen over voorafgaande onderzoeken als bedoeld in artikel 32 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
e. het uitvoeren van onderzoeken naar de rechtmatigheid van verwerking van persoonsgegevens en het aanwenden van bevoegdheden neergelegd in of samenhangend met de artikelen 51, eerste lid, 60 en 61 van de Wet bescherming persoonsgegevens, artikel 35 van de Wet politiegegevens, artikel 27 (in samenhang bezien met artikel 39r) van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen;
f. het fungeren als contactpunt voor functionarissen voor de gegevensbescherming en het bijhouden van een lijst van aangemelde functionarissen voor de gegevensbescherming;
g. het beoordelen van de controleresultaten van privacy audits als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Wet politiegegevens;
h. het verlenen van goedkeuring aan binding corporate rules voor doorgifte van persoonsgegevens buiten de Europese Unie;
i. het beoordelen van aanvragen om vergunningverlening voor doorgifte aan derde landen zonder passend beschermingsniveau als bedoeld in artikel 77, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038379
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl